|
 | Vlieg met me mee
over de hoge berg en ’t diepe dal
over de onstuimige zee
naar de zon, die altijd schijnen zal
over (...) |
|
 | Ik ben een oude grijze man
zit hier alle dagen op m’n bank
me af te vragen zo nu en dan
waarom altijd stank voor (...) |
|
|
|
|
|
| Als je ’s avonds in de badkamer
voor je spiegel staat te dromen
over die prins op z’n witte paard
die maar niet op je af wil komen
je hart hunkert naar warmte en tederheid
als je de liefde voorbij je deur ziet gaan
je kunt je problemen aan niemand kwijt
zelfs je beste vriendin ziet je niet staan
je kijkt naar die ene fonk’lende ster
parelende tranen vullen je (...) |
|
| Plots is er die stilte
de stilte voor de storm
geen enkel geluid nog te horen
de vogels zwijgen in alle talen
wilde katten houden op met jagen
de vissen houden hun adem in
verroeren geen enkele vin
de bomen kreunen onder ’t gewicht
van de grijszwarte wolken op hun kruin
het koren, ongeoogst, met rijpe aren
staat fier in ’t veld, als soldaten in ’t gelid
wachtend ( ...) |
|
|
|
|
|
 | Als ik ooit nog terug zal gaan
naar waar eens m’n wiegje stond
zal ik dan met open mond staan
bij ‘t zien van (...) |
|
 | Vroeger hingen ze op de ereplaats aan de schouw
nu hangen ze in ’t bejaardenhuis maar wat rond
alles bij hen staat in (...) |
|
|
|
|
|
| Waar zijn ze gebleven
al die mooie dromen
die oprechte woorden
ze zijn niet uitgekomen
de eindeloze gesprekken
tot de zon ons zou wekken
het geflirt als een klein kind
een nieuw geluid, een nieuwe wind
we wisten het beiden
dat vroeg of laat
onze wegen zouden scheiden
illusies in ’t kwadraat
je zult in mijn gedachten zijn
bij ieder glaasje witte wijn
heb ik dan al eens een (...) |
|
| Hij heeft nieuwe buren. Vriendelijke mensen, die hem na hun installatie in hun nieuw appartement, vriendelijk uitnodigen om een kopje thee met gebak te komen nuttigen. Van nature uit is hij wantrouwig, maar ze staan er op en die vijf minuten zullen het niet maken neemt hij zich voor.
Moet hij nu met lege handen gaan of moet hij een klein geschenkje aanbieden? Vraagt hij zich af. Ergens moet (...) |
|
|
|
|
|
 | Je schonk me ’t leven
en dat was het dan
je barensweeën duurden maar even
pijnlijk, daar niet van
maar ’t (...) |
|
 | Hij loopt een eindje mee
kijkt me vriendelijk aan
praat over de grijsgroene Noordzee
waar m’n jeugd is teloor gegaan (...) |
|
|
|
|
|
| Misschien zeg ik te weinig
dat ik zielsveel van je hou
misschien zijn m’n gedichten
nuttelo ze woorden voor jou
mischien geloof je mij niet
twijfel ik teveel aan ’t leven
omdat ik zoals steeds en altijd
mezelf niet wil blootgeven
bij alles staat een “ misschien “
en ook meerdere “ waaroms ?”
maar tot het einde van m’n dagen
blijf ik zitten (...) |
|
| ’t Is niet omdat ik wild schop om me heen
dat ik een hart zou hebben van steen
ik heb een goede en ook een slechte ik
waarmee ik vaak ballonnetjes doorprik
ik lijd soms aan de ziekte van ’t groot gelijk
geef ik van rationeel denken totaal geen blijk
ben ik weer eens impulsief in m’n doen en laten
zodat ik weer eens grote rotzooi heb achtergelaten
ik zou willen (...) |
|
|
|
|