|
 | M’n krokusje die gebukt
onder de regendruppels
haa r kopje laat hangen
stilzwijge nd verlangen
naar een prille (...) |
|
| Het regent harde pijpenstelen
de wind raast door de bomen
de vogels gestopt met kwelen
lijken van de lente te dromen
zwiepende takken als grijpgrage handen
langsheen de oude kerkhofmuur
schad uwspel dat me besluipt langs alle kanten
zelfs de kat is levensgroot op dit uur
de gierende wind doet m’n oren pijn
regen geselt m’n onbeschermde hoofd
de duivel zal vannacht niet (...) |
|
|
|
|
|
 | Hermann Spitz heeft tussen de papieren van z’n vader, gewezen SS-majoor Rudolf Spitz, een mysterieuze kaart gevonden. (...) |
|
| Een eeuw plus één jaar. De tijd staat niet stil hé? Terwijl ik m’n memoires aan de lieftallige verpleegster dicteer, overdenk ik de vervlogen tijd. Schrijven doe ik al lang niet meer, dichten nog minder. Beroemd zijn heeft zo z’n voordelen. Ik word regelmatig gevraagd om in programma’s voor de derde leeftijd op te treden. Maar sedert ik m’n darmen ledigde, in het (...) |
|
|
|
|
|
| Hij zit al jaren in de knoop met zichzelf. Heeft het klassieke rijtje van psycholoog, psychiater en andere zielenknijpers doorstaan. Alle mogelijke testen moest hij ondergaan. Ze hebben hem binnenste buiten gekeerd, proberen door te dringen tot de diepste kern van z’n bestaan. Is hij nu begaafd of is hij een meester in het manipuleren van andermans gedachten? Ze geraken er niet uit. (...) |
|
| Het is zover. Carlo en Sylvia staan te popelen om in het water te springen. Carlo heeft z’n onderwatercamera met sterke spotlights uitgerust, ‘s nachts krijgt men een ander beeld van de onderzeese fauna en flora. Een bemoedigend klopje op de schouder en een omhooggestoken duim. Ze laten zich van het platform in zee vallen. Het water is koud, te koud voor deze tijd van ‘t (...) |
|
|
|
|
|
 | De zee lijkt kalm, nodigt uit om even te verpozen in haar armen. De zon verwarmt de aanwezigen op het bovendeck. Muziek (...) |
|
 | Vlieg met me mee
over de hoge berg en ’t diepe dal
over de onstuimige zee
naar de zon, die altijd schijnen zal
over (...) |
|
|
|
|
|
 | Ik ben een oude grijze man
zit hier alle dagen op m’n bank
me af te vragen zo nu en dan
waarom altijd stank voor (...) |
|
| Als je ’s avonds in de badkamer
voor je spiegel staat te dromen
over die prins op z’n witte paard
die maar niet op je af wil komen
je hart hunkert naar warmte en tederheid
als je de liefde voorbij je deur ziet gaan
je kunt je problemen aan niemand kwijt
zelfs je beste vriendin ziet je niet staan
je kijkt naar die ene fonk’lende ster
parelende tranen vullen je (...) |
|
|
|
|
|
| Plots is er die stilte
de stilte voor de storm
geen enkel geluid nog te horen
de vogels zwijgen in alle talen
wilde katten houden op met jagen
de vissen houden hun adem in
verroeren geen enkele vin
de bomen kreunen onder ’t gewicht
van de grijszwarte wolken op hun kruin
het koren, ongeoogst, met rijpe aren
staat fier in ’t veld, als soldaten in ’t gelid
wachtend ( ...) |
|
 | Als ik ooit nog terug zal gaan
naar waar eens m’n wiegje stond
zal ik dan met open mond staan
bij ‘t zien van (...) |
|
|
|
|