|
1000 gedichten van P. Kouwes: iemand nog wat Hollandse ongein?vrijdag 24 oktober 2008, door Peter Wullen De Hollandse uitgeverij Nieuw Amsterdam is in een paar jaar tijd verworden van een kwaliteitsuitgeverij tot een doorgeefluik van fletse dichtbundels en poëtisch proza, dat zich vermomt als dichtkunst. Ik was - om het even eufemistisch uit te drukken - niet erg onder de indruk van hun laatste poëzie-uitgaven (cf. de recente uitgaven van Martijn Benders, slamdichter Krijn Peter Hesselink,…).Vanwaar die evolutie? Hoe komt dat toch? Ik zou het niet weten. Misschien ligt het aan een in tussentijd vernieuwd redacteurteam, dat het niet zo nauw neemt met de grenzen van de literatuur? Kouwes mag op zijn website trouwens beweren wat hij wil. Wat wij afgebakend hebben als poëzie? Kouwes is geen poëzie.
KOUWES BIJ NIEUW AMSTERDAM
heeft iemand daar poen geroken ? Misschien is het een sign of the times van de trends en de tendensen, die momenteel in het Nederlands literaire landschap heersen. Sinds Adriaan Jaeggi dood is, lijkt alle hoop verdwenen dat daar bij Nieuw Amsterdam ooit nog een goede dichter of schrijver zal opstaan. Van de heruitgave van Jaeggi’s roman ‘Held van beroep’, oorspronkelijk uit 1999, heb ik echt wel heel erg hard genoten… Jaeggi was een rasschrijver en ‘Held van beroep’ is een meeslepende roman, die op geen enkel moment ineenzakt of verveelt. Een talent als Jaeggi is helaas veel te vroeg heengegaan. Maar de genaamde P. Kouwes alias Nico Dijkshoorn zal het allemaal wel zeer erg worst wezen. Letterlijk en figuurlijk dan. Zijn boek verkoopt als worstenbroodjes. Van zijn debuut ‘Daar schrik je toch van’ werden in één maand tijd al twee drukken uitverkocht. Hij is het nieuwste ‘fenomeen’! Daar schrik je toch van. Daar word ik toch even beduusd van. Hallo, iemand nog iets van Pom Wolff vernomen? Dat men in Nederland een dergelijk slechte smaak gekregen heeft. Op de achterflap, ik citeer Henk Spaan, staat te lezen dat ‘op woensdagavond tientallen mensen om een uur of tien grinnikend achter hun beeldscherm zitten’, terwijl ze de ‘gedichten’ van Kouwes tot zich nemen. Ik kan het me levendig voorstellen, maar ik vind er niks aan dat men dit probeert te slijten als de ‘nieuwe’ poëzie. Dagkalenders met boertige grappen bestaan al even lang als er dagkalenders bestaan. Niks verrassend dus! Ik vind ze zelfs niet eens grappig, al die kut- en poepaforismen van dhr. Kouwes. Hij maakt er een sport van om iedereen en alles, wat enigszins naam heeft in Nederland, te citeren en door het slijk te halen. Bekende namen citeren is leuk. Hetzelfde doet hij met alle pop- en rotgroepen uit de jaren zeventig en tachtig. Met een dodelijk masochisme wierp ik me dus op de bundel, die gelukkig uit goedkoop papier vervaardigd werd en bekleed werd met een foto van een half opgevreten vieze Chinese meeneemmaaltijd. Na een kwartier sloeg ik het boek met een zucht achteraan weer open en begon ik vandaar te lezen in de hoop dat het misschien wat beter werd of dat meneer Kouwes op den duur toch een zekere maturiteit zou vertonen en intussen enkele echte gedichten was beginnen te schrijven. Na een tijd betrapte ik me erop dat ik de woordgrapjes van Kouwes nauwelijks echt grappig vond. Een gevoel van walging en verveling overviel me. Zoveel leegte verpakt in een domme hype. Ik dacht eraan dat men toch misschien beter een dagkalender had uitgegeven in plaats van een dichtbundel. Dan had men het ding ‘de eerste dagkalender van P. Kouwes met 1000 aforismen’ kunnen noemen of iets dergelijks. Ik dacht eraan dat ik deze week ergens las dat men dichtbundels nooit op een te subjectieve manier mag bespreken. Maar, hemeltje, in dit geval kon ik echt niet anders. Wat is de volgende stap van de uitgeverij Nieuw Amsterdam? De verzamelde gedichten van Wil Melker? Dat wordt pas lachen, terwijl er bij mij tijdens het lezen van deze Kouwes nauwelijks een grimlachje af kon. Alles bevindt zich op het niveau van de brullende hooligansectie van een of andere stomme Hollandse voetbalploeg. Om het toch enigszins goed te maken en om met een positieve noot af te sluiten, citeer ik even ‘voor jaeggi’ op pag. 555, het enige aforisme, waar Kouwes het voor mij helemaal bij het rechte eind heeft. Als Adriaan Jaeggi the good was, dan is Kouwes de reetkever van de Hollandse poëzie. Waarschijnlijk is het de bedoeling dat Kouwes zich profileert als antidichter en dat dit antipoëzie is. Maar het is helaas drie keer niks. En dat is alles. Een erg pover eindresultaat voor een dichtbundel die slechts ‘1000’ gedichten telt. voor jaeggi jij was the good P. Kouwes, ‘Daar schrik je toch van, de eerste 1000 gedichten’, Nieuw Amsterdam 2008, ISBN 978 90 468 0499 5. Adriaan Jaeggi, ‘Held van beroep’, Nieuw Amsterdam 1999, vijfde druk 2008, ISBN 978 90 468 0497 1. Een reactie toevoegen |
?
De laatste artikelen van Peter Wullen : Arabische liefdesnacht in Molenbeek ’De Maan en de Koperblazer’ - over ’Last night the moon came...’ van Jon Hassell. Andere artikels: GedichtLand van Stand (thierry deleu) LiteratuurOpknappers & Afknappers (Peter Wullen) De canon is dé canon niet (vervolg) (Peter Wullen) Huub Beurskens zingt William Carlos Williams (Peter Wullen) NederlandEen Fatwa voor de Nederlandse politiek van Ajaan Hirsi Ali: "Wilders is goed voor u!" (Toto Le Psycho) Verkiezingen in Nederland maken eerste slachtoffers (Anti-Fascistisch Front) Wat in de politiek met angst begint eindigt meestal in dwaasheid (Catharina Bethlehem) |