Word redacteur
|
’De Maan en de Koperblazer’ - over ’Last night the moon came...’ van Jon Hassell.dinsdag 2 februari 2010, door Peter Wullen Ellington’s arrangement of “Caravan” makes the song. Starting in a minor key and performed with a Middle Eastern beat, the music creates an exotic atmosphere, all the while conjuring up such elements as camels, tents and the desert.
- Jeremy Wilson over de jazz-standard ‘Caravan’ van Duke Ellington/Juan Tizol, www.jazzstandards.com
Eind jaren tachtig van de vorige eeuw was fusionjazztrompettist Jon Hassell in muzikaal opzicht zo hot dat hij in het zog van Eno’s Opal label een deal in de wacht sleepte met major Warner Brothers. Twee overgeproduceerde albums vol steedse rap- en hiphopinvloeden later (’City: Works of Fiction’ uit 1990 en ’Dressing For Pleasure’ uit 1994) sprong de deal af. Hassell zat een tijdlang zonder platencontract. Na een periode van herbronning kwam in 1999 het sobere ’Fascinoma’ uit op het piepkleine Water Lily Acoustics, in een productie van niemand minder dan Ry Cooder met ondersteuning van akoestische zwaargewichten als Jacky Terrasson, Jamie Muhoberac, Rick Cox, e.a.
Hassell zat sindsdien niet meer stil. De jaren ’90 waren een keerpunt. Het tomeloze experiment maakte plaats voor een aanpak die meer rekening hield met jazztraditie en -invloed. In het begin van deze eeuw werd hij opgepikt door de jongste generatie Skandinavische avant-garde jazzmuzikanten (Jan Bang, Arve Henriksen, Nils Petter Molvaer, e.a.). Die evolutie leidde tot het ondergewaardeerde album 'Last night the moon came dropping its clothes in the street' uit 2009, in zekere zin een terugkeer naar de essentie. Bijna 25 jaar geleden bracht Hassell al eens een album uit op het Duitse avantgarde- en jazzlabel ECM, het door Brian Eno en Daniel Lanois geproduceerde, invloedrijke 'Power Spot', een volledig afgewerkt album dat door ECM integraal uitgebracht werd zoals het door Hassell en zijn companen opgenomen werd. Hassell had toen in zijn networking rasmuzikanten als J.A. Deane, Jean-Philippe Rykiel, Michael Brook, Richard Horowitz en Brian Eno. Zij maakten van ‘Power Spot’ een solide plaat als een sierlijk uitgekerfde rots, die na drie decennia nog niets van zijn oorspronkelijke kracht verloor en nog steeds imponeert.
Voor ‘Last night the moon came…’ lagen de zaken wat moeilijker. Hassell werkte voor de eerste maal rechtstreeks samen met het vooraanstaande label van Manfred Eicher. Eicher is een controlefreak en overzag de opnames in de Studios La Buissonne in de Franse Vaucluse. Dat verliep niet van een leien dakje. Eicher is een drukbezet man, die graag de controle behoudt over zijn label. Beide mannen hebben een vrij eigengereide kijk op muziek. Eicher wou Hassell in het keurslijf van een echt ECM-album dwingen. Hassell wou vooral zijn eigen weg gaan. Na een aantal problematische pogingen tot samenwerking, waaruit het eerste nummer ‘Aurora’ van het album ontstond, maar waaruit vooral bleek dat de ‘magie’ er niet echt was, ging elk zijn eigen weg. Toen er een tournee aankwam en een releasedate voor het album gepland werd, stond Hassell voor een dilemma. Hij was er gewoon niet klaar voor. Na enkele sessies met Peter Freeman van zijn band Maarifa Street en opnames ten huize van gitarist Rick Cox had hij een album samengesteld met een mix van studio- en liveopnames. De grote terugkeer naar ECM was dus feitelijk een last-minute affair. “Live was alles gewoon zoveel helderder en groovier. Ik vond de vibe die ik wilde en die ik in La Buissonne niet helemaal vond”, verklaarde hij achteraf.
Te eclectisch voor jazzpuristen en niet cerebraal genoeg voor de experimentele jazzmusici. Zo zou je de loopbaan van Hassell kunnen omschrijven. Je moet echt wel een muziekfanaat zijn om zijn discografie opnieuw samen te stellen. Van ‘Vernal Equinox’ uit 1977 tot ‘Last Night the Moon Came…’ van vorig jaar verliepen vier grillige decennia met een vijftiental zeer verscheiden albums op diverse labels en evenveel opvallende samenwerkingen, onder meer met Talking Heads, Peter Gabriel en David Sylvian. Hoog gewaardeerd door kenners in pop- en avant-garde kringen maar nog niet opgenomen in de canon van de jazz. Er valt nochtans een rechtstreekse lijn te trekken van Miles Davis en Gil Evans naar Jon Hassell. Maar jazz was voor hem altijd een tweesnijdend zwaard. Enerzijds putte hij uit de minimalistische stromingen van Terry Riley en La Monte Young, met wie hij in de jaren zestig samenwerkte, en is hij schatplichtig aan de elektronische experimenten van Karl-Heinz Stockhausen. Zijn eerste compositie was een elektronische collage. Anderzijds vind je vanaf de jaren negentig op elk album wel sporen of versies van standards, i.c. ‘Nature Boy’ (op ‘Fascinoma’) of Duke Ellington, die doorheen zijn oeuvre in verschillende gedaantes opduikt: ‘Caravanesque’ en ‘Suite de caravan’ op ‘Fascinoma’, ‘Destination: Bakiff’ op ‘Dressing for Pleasure’...
Manfred Eicher drukte vooral zijn stempel op het eerste nummer ‘Aurora’. De bijna onherkenbaar gemuteerde trompet van Hassell werd ver naar achteren in de mix weggestopt ten voordele van de athmospherics en live sampling van Jan Bang. Het is gelukkig de enige echte ECM-track op de cd. Vanaf ‘Time And Place’ en vooral het 13 minuten durende opus ‘Abu Gil’ gooit Hassell met zijn band Maarifa Street de remmen los. Pure Fourth World op ‘Abu Gil’: noord en zuid vinden elkaar in deze ode aan de orkestrale composities van vadertje Gil Evans. Flarden ‘Caravan’ en Evans drijven voorbij terwijl de Oosters klinkende viool van Kheir Eddine M’Kachiche zich aanschuurt tegen de zwevende trompet van Hassell en de gitaar van Eivind Aarset. Prachtig en bezwerend is ook het titelnummer dat zijn titel ontleent aan een gedicht van de 13de eeuwse Sufi-dichter Jalaluddin Rumi. ‘Courtrais’ werd in november 2007 opgenomen tijdens een optreden in Kortrijk met een droombezetting van muzikanten, waaronder percussionist Steve Shehan, bassist Peter Freeman, de Noorse jazzvirtuoos Jan Bang en Hassell zelf. Het tempo zakt drastisch op de door de bas van Freeman en de trompet van Hassell gedragen atmosferische tracks ‘Northline’, ‘Blue Period’ (een herwerking van ‘Amsterdam Blue’ van de soundtrack van de Wim Wenders film ‘Million Dollar Hotel’) en het vederlichte ‘Light On Water’, dat me meermaals deed denken aan vroege Pink Floyd met koperblazers. De rest van het album wordt opgevuld met de ultrakorte muzikale miniaturen ‘Clairvoyance’ en ‘Scintilla’.
“Geluid als kalligrafie”, vat Hassell zijn werkmethode samen in een recent interview met het internetmagazine All That Jazz. “Dat leerde ik van de Indische raga. Ik maak mooie sculpturen van geluid in de lucht. Als ik Johnny Hodges of Jimmy Scott of Joao Gilberto hoor, dan denk ik daaraan. Hun solo’s klinken alsof ze uit een tube tandpasta gekneed werden. Het zijn microtonale vormen die behoren tot de raga.” Nergens wordt die werkwijze overigens mooier geïllustreerd dan op ‘Air’ van zijn eerste ECM-album ‘Power Spot’, waarin zijn trompet in de puurste vorm krinkelende en ijle rookgordijnen optrekt. Hassell is al lang niet meer experimenteel of baanbrekend. Raffinement, precisie en ervaring maakten plaats voor de muzikale innovatie van de jaren ’80. ‘Last night the moon came…’ is de consolidatie van zijn positie als vernieuwer van de hedendaagse muziek. Ik zou kunnen beweren: op zijn 73-ste is het erg mooi vormgegeven ECM-album ‘Last night the moon came…’ zijn voorlopig magnum opus, maar dat klopt dan weer niet helemaal. Elk album van Hassell is in het tijdsbestek waarin het gemaakt werd op zichzelf een meesterwerk. “Mijn laatste album is een montage van de concerten die ik de laatste jaren gaf en van de projecten met de losse groep muzikanten die ik Maarifa Street heet”, legt hij zelf uit in de liner notes van het album. “Ik heb zelfs nog geen contract met ECM. Dat hoeft ook niet. Elk album is een nieuw begin voor mij en voor hen.” Er zijn weinig artiesten die zich op hoge leeftijd nog steeds vernieuwen en verbeteren. Koperblazer Jon Hassell doet het.
Jon Hassell, 'Last night the moon came dropping its clothes on the street', ECM 2077.
zie ook: http://www.youtube.com/results search_query=jon+hassell+in+lausanne&search_type=&aq=f interview met Jon Hassell: http://www.urbanmag.be/artikel/1226/een-man-en-zijn-trompet Een reactie toevoegen |
?
De laatste artikelen van Peter Wullen : Muziek en ecologie – Deel 1: interview met Chris Watson Andere artikels: MuziekKlankspektakel (Peter Decroubele) dj tevreden over zichzelf (Mafiablog) Straatmuzikant Ed Alleyne-Johnson (Mafiablog) |