‘Ok, kerels! Luister goed! We moeten koste wat het kost die brug terug in handen krijgen. Het is de enige doorgang naar de stad. Mike, tegenstand?’
De jonge kerel tikte tegen zijn helm, bracht de verrekijker uit zijn borstzakje naar zijn ogen en stak voorzichtig zijn hoofd uit de loopgraaf. Zijn borst ging snel op en neer.
‘Zo’n dertig man, Sergeant. Twee pantserwagens en een wachttoren, blijkbaar onbemand.’
Hij fluisterde snel.
‘Trek je hoofd in, voor ze ons spotten. Ok. We zijn maar met z’n tienen, dus het zal snel moeten gaan.’
‘Plan van aanpak Sergeant?’
Mike likte het straaltje zweet weg dat langs zijn voorhoofd de weg had weten te vinden naar zijn bovenlip. Hij ademde zwaar en zijn ogen stonden wijd.
‘Jesse, John, Dave en Karel, jullie nemen de linkerflank. Mike, Timmy, Jason en Eugène rechtsom. Bart en ik concentreren ons op de pantsers om te vermijden dat die gebruikt worden. Bart?’
‘Ja, Sergeant?’
‘Als er eentje in de pantsers kruipt, rook hem uit. Munitie bij?’
‘Ja, Sergeant!’
Met bevende handen hield hij veelbetekenend een rugzak omhoog.
‘Mooi. Zet chrono’s - we hebben exact vijf minuten.’
De soldaten strekten even hun linkerarm en prutsten aan de zo blootgelegde polshorloge.
‘Klaar kerels?’
De soldaten keken elkaar aarzelend aan en knikten tenslotte kort.
‘Ok, succes. Go go go!‘
De vijand was totaal verrast. Het geraas waarmee de tien de overmacht bestormde, overstemde het geschreeuw waarmee de tegenstanders over elkaar tuimelden.
Het was Jason die de eerste twee te pakken kreeg. De eerste werd geraakt vol op de neus en hoewel de tweede Jasons linkerarm poogde te ontwijken, werd hij toch geschampt op de schouder.
Teleurgesteld wandelden ze naar de brug en gingen ze zitten.
‘Nog vier minuten!’ schreeuwde de Sergeant.
Ze vielen als vliegen. Een paar tegenstanders kropen in een vlaag van verstandsverbijstering in de wachttoren, zodat ze geen kant meer opkonden en Eugène was er als de kippen bij om hen uit te schakelen.
Vloekend gingen ze de ladder weer af en vergezelden ze hun medegesneuvelden.
‘Nog twee minuten!’
‘Daar, nóg vier!’ riep Dave. ‘Karel! John! Geef me rugdekking!’
Dave wierp zich op het viertal en raakte er twee. De anderen konden ontkomen aan zijn zwaaiende armen, maar Karel en John namen die voor hun rekening.
”Sergeant! Negenentwintig stuks uitgeschakeld. Nog één!’
‘We moeten hem vinden! We hebben nog maar één min…’
‘Daar!’ schreeuwde Timmy. ‘Pantser op twee uur!’
‘Verdomme! Bart!’
‘Ja sergeant?’
‘Hij zit erin! Rook hem uit!’
‘Ok, Sergeant!’
Bart zette het op een spurten en hield met zijn linkerhand zijn helm op zijn hoofd, terwijl hij in z’n rechter zijn rugzak meezeulde.
Behoedzaam klom hij op het dak van het voertuig. De vijand schreeuwde angst.
‘Nog vijftien seconden! Doe het!’ riep de Sergeant.
Bart ritste de rugzak open en haalde er voorzichtig een mp3-speler uit. Zenuwachtig prutste hij in het menu.
‘Nu!’ commandeerde de Sergeant.
Bart beefde. Zocht en zocht. Eindelijk vond hij ‘My heart will go on’ van Celine Dion. Hij opende het bemanningsluik van de pantserwagen, zette de mp3-speler in werking, gooide het ding naar binnen en wendde zich af, de handen tegen de oren geperst en de ogen dichtgeknepen.
Het gekrijs om genade was oorverdovend.
‘Stop! In Gods naam, hou op! Ik geef me over!’
In een mum van tijd kwam de laatste tegenstander uit het voertuig gekropen, de handen omhoog.
‘Tikkie!’ deed Bart.
De sergeant raadpleegde zijn polshorloge.
‘Precies op tijd. Heren, de brug is van ons!’
‘Sergeant! Sergeant!’
‘Karel?’
‘Er is er eentje gaan lopen! Ik tel er maar negenentwintig op de brug!’
‘Oooo, de valsaards! Wacht. Mike?’
‘Ja, Sergeant?’
‘Bel Colalollyman! en leg hem de situatie uit.’
‘Ja, Sergeant!’
Mike telefoneerde, terwijl de anderen in spanning afwachtten. Zouden ze er toch eentje over het hoofd gezien hebben? Dan waren ze verloren…
‘Hij komt eraan!’ zei Mike nadat hij had opgelegd.
‘Was het deze?’ vroeg ik met een knikje naar het sujet dat ik bij de kraag van de grond hield.
‘Ja, ik herken hem! Hij is gaan lopen, maar ik ben er zeker van dat ik hem heb getikt!’
‘Is dat waar? Bent u een valsspeler, meneer?’
De man knikte beschaamd.
‘U weet dat dat indruist tegen de conventie van Steenokkerzeel?’
Bij wijze van bekentenis, barstte de arme man in huilen uit, zó hartverscheurend dat ik iedereen maar van een lolly met colasmaak voorzag.
‘Zo. En niet meer doen hoor! Ik verklaar hierbij dat de tien gewonnen hebben en de brug veroverd hebben. Vaarwel!’
Stoer vloog ik weg.
De avond viel al, toen dertig soldaten met gebogen hoofd afdropen onder luid gejoel van de tien helden.