Er beweegt iets bij De Post. Dan kan je aan alles zien. Deze week bij voorbeeld dook uit het grote niets een duif op in de grote hal van ons teerbemind sorteercentrum en dan heb ik het over Luik x. Nee, grapje. Ik heb het over een duif in Antwerpen X. De duif was duidelijk een vreemde eend in de bijt. Goh, ik heb er steeds van gedroomd dit spreekwoord van onder het stof te halen en nu is het zover. Nogmaals: de duif was een vreemde eend in de bijt. Waarom? Omdat ze zich niet conform het huishoudelijk reglement gedroeg. Daarover later meer. Maar eerst vervolg ik m’n relaas na deze korte inleiding met het midden.
The Great Gatsbee merkte het beestje op. Ik dacht eerst aan industriële spionage maar dat komt omdat ik zo veel films heb bekeken dat m’n hoofd niet al te koosjer meer is. Dus liet ik de idee varen. TNT die duiven inschakelt om De Post te bespioneren: I don’t think so. Ik sloop dichterbij. Ik was m’n buik in het koffielokaal al aan het schuren maar nog steeds ontwaarde ik niets. Ik stond van lieverlede weer recht, fatsoeneerde m’n broek en t-shirt en keerde op m’n stappen terug. Ik schraapte de keel en vroeg de Great Gatsbee: “Waar is dat beest?” Daar, daar wees ie. En toen zag ik de vogel: de duif stond met kop in schouders te wachten voor een hoop lege containers. Op wat? Op werk waarop ze als een bezetene zou vliegen?
Nee. Bleek dat zij stond te wachten op iemand die zich over haar zou ontfermen. Wist ik veel. Van het grote dierenrijk heb ik geen kaas gegeten. Ik vind beesten maar kut. Zo is het maar net. Fuck Kai Mook de rottige babyslurf. Afschieten die hippie van een Lassie met de trouwe ogen. En dolfijn Flipper mogen ze wat mij betreft grillen en serveren met een Waldorf salade.
Wie dieren niet kut vindt is Lady Cee. Lady Cee is een hele lieve vrouwe. Zij woont tussen de dieren in het verre Vlaams Brabant (koeien, paarden, haar man) en houdt van iedereen en alles, inclusief ondergetekende. Hoera. Het was dan ook Lady Cee die het duifje met de voorzichtigheid van een olifant in een gigantische porseleinkast benaderde. Ik stond erbij en keek ernaar. En tijdens het proces van toenadering en afstoting fotografeerde ik alles met m’n gsm die ik normaal op de werkvloer niet mag gebruiken. Als er bazen meelezen: sorry, bazen, ik kon het niet laten. Ik hoop dat jullie mij niet ontslaan. Daarbij: als lezers massaal dit verhaal verslinden komt dit het bedrijfsimago ten goede. Het is toch waar! Hoeveel bedrijven zouden zo handelen zoals wij hebben gedaan, namelijk de duif geslacht en naar de kantine gebracht om er soep van te maken? Nee, grapje (zo jong was de duif nou ook weer niet). Lady Cee heeft het duifje in de hoek gedreven. Met eindeloos geduld en grote veiligheidsschoenen. En, zoals u aan de foto’s kunt merken, met succes! Het duurde niet lang of de vogel was gevangen.
Lady Cee checkte onmiddellijk de gegevens op de ring rond de poot van de duif. Daarop stond een nummer. ‘Kunt gij op ‘t internet?” vroeg zij “dan kunnen wij het nummer intikken op de site van de duivenbond en zien wie de eigenaar is.” Nee, ik kon er niet op. Vroeger wel. Maar nu niet meer. Zo zien jullie: De Post is aan het veranderen en snel. Zo heeft De Post mij ook geleerd om flexibel te zijn, pro-actief te denken en problemen op te lossen. Nou, het probleem van de duif zou ik eens rap oplossen.
Ik snelde naar het bureau van een manager met in mijn zog de duif en haar reddende engel. Ver moesten wij niet stappen. Er slingeren immers genoeg managers bij ons rond om een duiventil eivol te proppen. In het dichtstbijzijnde til stormde ik binnen en vroeg poeslief aan mister big chief of ik ‘t internet kon lenen. “Wacht even” zei de manager “ik ben het internet aan het afdrukken. Ik vertrek op vakantie en zou het graag meenemen als vakantieliteratuur”. Grapjas! Natuurlijk meende hij het niet. Of toch? Hoe dan ook, voor ik het goed besefte ging de manager aan de slag en had hij in geen tijd het telefoonnummer van de eigenaar van de duif uit de grote virtuele visput opgediept. Lady Cee die de moeë duif tegen haar weelderige boezem drukte contacteerde hem of haar onmiddellijk. Ik hoorde hen afspreken: etentje, vogel verzorgen, elkaar tegemoet komen, naar Nederland gaan of niet. Duiven verzorgen was een geile bezigheid bedacht ik. Maar ja, wat is niet geil in m’n ogen? In elk geval: met de duif zou het in orde komen.
En dan nu: het einde van deze boeiende vertelling. De manager stond erop dat de duif aan de geldende voorschriften van onze firma zou voldoen. Ik moest Lady Cee en haar kindje naar het onthaal meenemen waar de hoedster van het dier de kleinste maat van veiligheidsschoenen voor haar beschermeling koos. Het dier kreeg ook een badge aan de vleugel gepind. En een halve maaltijdcheque voor de eigenaar. Onzin natuurlijk. Maar het schenken van zo veel aandacht aan een dier in nood was symbolisch. Het stond symbool voor: wij van De Post laten immers niemand of niets vallen, wij reiken een helpende hand waar en wanneer wij kunnen.
Het duifje werd in een doosje met gaatjes gestopt. Het kreeg gratis drank: een halve liter bier. Oeps. Sorry, ik bedoel: een beetje water. Die avond in de afdeling, met de duif in de doos, straalde eenieder iets verheven uit. Een goed gevoel overviel ons en het lag deze keer niet op een pallet om te sorteren. Hier en daar begon iemand we shall overcome te neuriën. Nog een ander zong: en we zijn er op de wereld om mekaar om mekaar te helpen niet waar.
Ik stond erbij en keek ernaar met open mond, dito geest en een warm hart. Deze keer liet ik m’n mobieltje op zak.
De magie van De Post is immers bij momenten onmogelijk te vatten.