Word redacteur
|
"Het Arbitragehof heeft de artikelen rond BHV niet vernietigd"vrijdag 19 maart 2010, door Frederik Dhondt Online bekijken : http://herakleitosonmondays.blogspo... ![]() De lezer van deze blog vergeeft me hopelijk dat ik nog eens terugkeer op het dossier Brussel-Halle-Vilvoorde. 1. Het recente arrest Grosaru van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (2 maart 2010) is becommentarieerd in de pers aan beide kanten van de taalgrens. Naargelang het standpunt van de krant besloot men al dan niet tot de onmogelijkheid om federale verkiezingen te organiseren mocht BHV niet gesplitst zijn in 2011. Deze discussie lijkt beslecht te zijn. Het Hof veroordeelt wel de afwezigheid van een rechterlijke controle op de verkiezingsverrichtingen in Roemenië, maar voegt daar in een eerdere overweging (die voor de conclusie staat, waar journalisten natuurlijk direct beginnen lezen) aan toe dat dit niet geldt voor landen met een stevige democratische traditie. 26. Malgré la diversité de l'organisation et des caractéristiques de l'administration électorale compétente en matière de résultats et de répartition des sièges (commissions électorales indépendantes, structures gouvernementales, bureaux électoraux temporaires, tribunaux), il ressort des éléments dont la Cour dispose sur la législation de bon nombre d'États membres du Conseil de l'Europe qu'il existe une certaine convergence quant à l'existence d'un système de recours postélectoral. Dans certains États, il est possible d'exercer un tel recours devant un organe qualifié de cour ou de tribunal, qu'il s'agisse du juge ordinaire, d'une cour électorale spéciale, ou d'un tribunal constitutionnel. Si certains pays prévoient jusqu'à deux degrés de recours devant des organes juridictionnels, d'autres n'envisagent qu'un seul recours de ce type, en première instance. Les trois pays qui n'envisagent aucun recours juridictionnel en dehors de la validation des pouvoirs par la chambre législative sont des pays d'Europe occidentale (Belgique, Italie, Luxembourg). L'existence de cette tendance à la juridictionnalisation du contentieux postélectoral s'inscrit dans le droit fil des normes européennes préconisées par la Commission de Venise, qui souligne qu'un recours juridictionnel devrait exister dans tous les cas, les seuls recours devant la commission de validation du parlement ou devant une commission électorale n'offrant pas de garanties suffisantes. 28. Si cette pratique est largement répandue, trois pays (Belgique, Italie, Luxembourg) présentent la particularité de ne pas prévoir d'autre recours postélectoral que la validation par le Parlement, les décisions des bureaux électoraux étant considérées comme définitives. Cela étant, ces trois pays jouissent d'une longue tradition démocratique qui tend à dissiper les doutes éventuels quant à la légitimité d'une telle pratique. La Commission de Venise se montre toutefois réservée de manière générale quant à l'effectivité de ce type de recours, l'impartialité de tels organes paraissant sujette à caution (voir ci-dessus, paragraphe 22). Met andere woorden, de opinie die onder andere Johan Vande Lanotte verdedigt, volgens dewelke het parlement eenvoudig "ex post" kan besluiten tot de validatie van zijn eigen verkiezingen, wordt bevestigd. Persoonlijk vind ik dit een vrij kromme redenering. Een (materiële) democratische traditie is op zich een bijkomend, maar kan toch nooit een doorslaggevend element zijn om uit te maken of er voldoende controle bestaat op de grondwettelijke organisatie van de verkiezingen. Je zou met hetzelfde argument ook kunnen pleiten voor de herinvoering van de onschendbaarheid van de wet en het Grondwettelijk Hof kunnen afschaffen. 2. Een tweede steen wordt geworpen door Marc Verdussen, grondwetspecialist van de UCL. In een interview op lalibre.be zegt hij doodleuk dat het Arbitragehof (nu Grondwettelijk Hof) de artikelen met betrekking tot de inrichting van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde niét heeft vernietigd in zijn arrest 73/2003 van 26 mei 2003. Aangezien ik zelf drie jaar geleden het arrest bekeken had voor een eindscriptie in de Rechten, vond ik dit toch wel een merkwaardige stelling. Verdussen beweert eigenlijk dat, aangezien het Hof de wijzigingswet van 13 december 2002 (die de regering-Verhofstadt heeft uitgedacht), gedeeltelijk uit het rechtsverkeer neemt, de oude wet gewoon blijft gelden voor die gedeelten, waar de nieuwe vernietigd is. Een gelijke toepassing van de verkiezingswetgeving over het hele grondgebied vindt hij blijkbaar niet belangrijk. On pourra voter sans régler BHV Dat lijkt me een totaal onlogische interpretatie. Het Hof vraagt in het arrest immers om de electorale organisatie in de oude provincie Brabant (provincies Waals- en Vlaams-Brabant, + Brussels Hoofdstedelijk gebied, dat onttrokken is aan de indeling in provincies) in lijn te brengen met het systeem van provinciale kieskringen. De organisatie behouden, zoals die in 1919 is ontworpen (Leuven, BHV en Nijvel, die apparenteren om de kleine kieskringen Nijvel en Leuven minder disproportioneel te maken), lijkt me moeilijk verenigbaar met het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel. Alsof er voldoende redenen zouden zijn om de oude provincie Brabant te houden zoals het vroeger was, en de rest van het land op de hervorming van 2002 te laten draaien ! Het hof laat de politiek een "margin of appreciation" om een compromis uit te werken (cf. B.9.6. De maatregel gaat weliswaar uit van de bekommernis, die reeds in het arrest nr. 90/94 werd vastgesteld, om te zoeken naar een onontbeerlijk evenwicht tussen de belangen van de verschillende gemeenschappen en gewesten binnen de Belgische Staat. De gegevens van dat evenwicht zijn niet onveranderlijk. Het Hof zou evenwel in de plaats van de wetgever oordelen, indien het zou beslissen dat onmiddellijk een einde zou moeten worden gemaakt aan een situatie die tot op heden de goedkeuring van de wetgever had, terwijl het Hof niet alle problemen kan beheersen waaraan de wetgever het hoofd moet bieden om de communautaire vrede te handhaven.") Le président de la Cour constitutionnelle a pourtant dit que le statu quo n’était pas possible et qu’il fallait changer le système, anticonstitutionnel à ses yeux… Het hof zegt het volgende in het beschikkend gedeelte: 1. vernietigt : Duidelijk, toch ? Qui peut l’y envoyer? Dit lijkt me helemaal Kafka. Wat belet een gewone rechtbank om een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof ? 3. Als je een keuze moet maken tussen de twee opinies (Vande Lanotte: parlement valideert zelf <=> Verdussen: aparte rechtbank nodig inzake betwistingen, GWHof heeft eigenlijk niet vernietigt), zou ik toch voor die van Vande Lanotte gaan (hoewel die ook betwistbaar is; ik denk dat BHV daadwerkelijk moet worden "opgelost" voor er wettige verkiezingen kunnen zijn; parlementaire validatie is een "lapmiddel"). Verdussen leest blijkbaar enkel wat hem aanstaat. De facto zal dat valideren waarschijnlijk wel niet gebeuren zonder heronderhandeling van het dossier (anders schieten de Vlaamse partijen zichzelf in de voet)... 4. Je kan ook opteren voor een vierde standpunt: terugkeren naar het oude systeem met kleine kieskringen en apparentering. Minder transparant voor de kiezer, maar wel hetzelfde over het hele land. Waardoor BHV toch nog zou kunnen blijven. Een reactie toevoegen |
?
De laatste artikelen van Frederik Dhondt : Une belle promenade à travers le XVIIIe siècle français Andere artikels: BHVBurger telt weer niet mee (Democratie.Nu) SP.A & VLD zeggen "NEE" tegen Vlaanderen. (Don Viona) Franstalig opportunisme (David Geens) |