Het ademen van Hans Groenewegen

zondag 26 oktober 2008, door Peter Wullen


translate : Français English Deutsch +

‘Zuurstofschuld’ van Hans Groenewegen is geen dichtbundel van deze tijd. De realiteit schemert er nauwelijks door. De sfeer ademt het gewijde halfduister van een middeleeuwse kapel waar nauwelijks licht doorkomt en zachte orgelmuziek uit het niets opborrelt. De voordracht van Ben Zwaal en Samuel Vriezen op de bijbehorende cd is gedragen en cerebraal. Eén keer becommentarieert de dichter vanuit zijn monnikenerker het wereldgebeuren. ‘overgrootvader, waarom heeft uw huis zulke dikke muren/omdat , meisje, het geen nederlands huis meer is, maar een europees fort’, klinkt het ironisch in ‘het huis van thorbecke, brokstukken’. Temidden de rotzooi en de brokstukken, die men nu poëzie noemt, is ‘zuurstofschuld’ een ware verademing. Wars van hermetisme is deze poëzie van de omslagillustratie van Paul Klee tot de polyfone en polyglotte voordracht van het mooie ‘winterspitsalba’ een juweeltje van discrete eruditie en intelligentie.


De stem van Hans Groenewegen hoor je nauwelijks in het rumoer en het geharrewar van het poëziedebat van de Unie der Lage landen. Daarvoor is hij veel te minzaam en zacht. Toch werkt hij gestaag verder aan een omvangrijk oeuvre. Hij combineert de hemelse extase van een monnik met de kennis van een geleerde. Naast essays, recensies en een speciaal nummer van het tijdschrift Revolver over de middeleeuwse mystica Hadewijch publiceerde hij de afgelopen jaren ook nog eens drie opmerkelijke dichtbundels, nl. Grondzee, Lichaamswater en En gingen uit sterven‘Hans Groenewegen kan er fier op zijn dat hij een beschaafd mens met een goede smaak is. Zulke mensen zijn er te weinig. Hij schrijft prachtige poëzie.’ Dat schreef Han van der Vegt enkele jaren geleden over de bundel ‘En gingen uit sterven’
 
‘Zuurstofschuld’ is niet anders. De bundel werd erg meticuleus opgedeeld in 5 delen: de cycli heten respectievelijk ‘Vigiliën’, ‘Minvermogend’, ‘Welbehagen niet behagen, saunasteno’, ‘Luchthartig’ en ‘Invallende rede’. Elk gedeelte wordt passend ingeleid door de figuur van de ‘nar’. Het schilderij ‘De nar in trance’ van Paul Klee uit 1929 vormt het leitmotief van de dichtbundel. De nar van Klee, die ietwat simpele figuur bestaande uit arabeske lijnen op een achtergrond van lichtbruin en grijs, die harlekijn met zijn vaag menselijke gestalte, met zijn kaproen en zijn kostuum dat lijkt te bestaan uit een patchwork van diamanten, leidt ons als in een middeleeuws toneelspel van de ene act in de bundel naar de andere. De nar is de lachspiegel van de vorst en gaat meestal samen met hem tenonder. De nar houdt ons gedurende de bundel, die af en toe naar het mystieke en esoterische neigt, bij tijd en wijle met de voeten aan de grond. 
 
en de nar die zich uitwist, streept zichzelf door
en terwijl hij zich doorstreept, veegt hij zich uit
 
de nar die zich uitveegt, haalt zichzelf door
en terwijl hij zich doorhaalt, vlakt hij zich uit
 
de nar die zich uitvlakt, krast zichzelf door
en terwijl hij zich doorschrapt, gomt hij zich uit
 
(uit: Invallende Rede)
 
En dan is er natuurlijk die fameuze opmerkelijke en veelomvattende titel ‘Zuurstofschuld’ die een eenheid verleent aan het geheel van de bundel. Ik dacht heel even dat het hier een vondst of neologisme betrof van Groenewegen zelf. Maar neen, even googlen en zie het woord bestaat wel degelijk. We lazen ergens dat het normaal is dat er voor biologische activiteit en voor stofwisseling zuurstof nodig is, met een evenwicht tussen vraag en aanbod. Bij verhoogde zuurstofbehoefte van het organisme of bij verminderde zuurstofaanvoer kan er echter een tekort aan zuurstof optreden. Het cumulatief tekort als functie van de tijd heet met een wetenschappelijke term zuurstofschuld. Er wordt opmerkelijk veel in- en uitgeademd in de bundel van Groenewegen. Wat zou je willen ademen, vraagt hij in ‘air XIII’. Elders wordt hij gewurgd door zijn eigen adem en beveelt hij om de ademschaar te halen om hem te bevrijden van het kluwen adem. Het zijn prachtige regels, die ons af en toe de adem ontnamen.
 
rondom mij ademt men eenvoudig door
mij komt de lucht nauwelijks over de lippen
de zon trekt om mijn hals de einder aan
 
(uit: Luchthartig)
 
De bestuurlijke inrichting van Nederland wordt wel eens het huis van Thorbecke genoemd. Johann Rudolf Thorbecke was een Nederlands staatsman uit de 19de eeuw. Hij was van liberale signatuur en hij wordt beschouwd als de grondlegger van de Nederlandse parlementaire democratie. In het gedicht ‘het huis van thorbecke, brokstukken’ refereert Groenewegen hoogstwaarschijnlijk naar het geruchtmakende artikel ’Het huis van Thorbecke stort in!’ van Maurice De Hond uit 2006, dat De Hond schreef naar aanleiding van een boek van Geert Mak over de 20ste eeuwse Europese geschiedenis. De Hond heeft het over de toenemende kloof tussen burger en bestuurder en de oorzaken en gevolgen hiervan. Volgens De Hond zal of is er reeds een crisis van ons systeem, als er geen veranderingen worden door gevoerd en de burger meer vertrouwen van bestuurders krijgt. Hij pleit voor de invoering van een nieuw democratisch stelsel waarin de burger een veel belangrijkere rol krijgt en het bestuur slagvaardig kan opereren. Dit systeem noemt hij de ’burgerdemocratie’. Groenewegen kan het niet laten om hier als christen-democraat een onverholen kritiek op het Nederlandse staatsbestel te uiten. Het is een verbazend actueel gedicht, dat haaks staat op de rest van de bundel.
 
een kwade dood zal hij de kwaden doen sterven
wie op deze steen valt, zal verpletterd worden
op wie deze steen valt, zal vermorzeld worden
 
het huis zal hij verhuren aan andere huurders,
huurders die weten dat ze als het vreemden betrekken,
huurders die weten het als vreemden te zullen verlaten
 
(uit: Minvermogend)
 
Als een te stille prediker preekt Groenewegen in ‘Zuurstofschuld’ en op de bijbehorende cd nogal eens boven de hoofden van de aanwezigen heen. Zijn mooie woorden en sublieme beeldspraak gaan verloren in de holle akoestiek van de kerk. We horen zijn fraaie stem nauwelijks, afgeleid als we zijn door beelden van afgoden en kleurrijke brandglasramen. Je moet echt heel goed luisteren, zoniet glijden de woorden van je af. Wie echter de moeite neemt, ontdekt heel veel fraais in de bundel. Je wordt er soms even erg stil van. Te noteren valt dat Groenewegen veel van zijn inspiratie uit christelijke geschriften haalt. Adem en wind bijvoorbeeld zijn een bij uitstek bijbels thema. Een gedicht uit de bundel heet ‘psalm’ en enkele gedichten zijn gelegenheidsverzen voor een multimediavesper van de Van der Leeuwstichting en voor het boek ‘Het evangelie van Thomas, liederen’. De veel te discrete profeet van de Nederlandse poëzie sluit zijn dichtbundel ternauwernood af met het hierna volgende fraaie vers.
 
zie je hen haar wiegen. haar borg zijn.
luchtwacht wil, kun je dat. tongriem.
longstaat. heb je een tweede adem
voor wat vlechtwerk. een luchtnest.
heb je dwarsfluiten, ademladders
voor winterlicht. een onvergetelijke
pijn aan het nabije in rook opgaan.
kun je dat, jezelf laten stikken
 
(uit: Invallende Rede)
 
Hans Groenewegen, ‘Zuurstofschuld’, Wereldbibliotheek, Amsterdam 2008, ISBN 978 90 28 422728.
 


translate : Français English Deutsch +

Een reactie toevoegen

?

De laatste artikelen van Peter Wullen :


Interview met Peter W.

Arabische liefdesnacht in Molenbeek

’De Maan en de Koperblazer’ - over ’Last night the moon came...’ van Jon Hassell.

 

Andere artikels:

Gedicht

Ik hou van jou (GoNo)

Land van Stand (thierry deleu)

Waterdrager (P-TER)


Literatuur

Opknappers & Afknappers (Peter Wullen)

De canon is dé canon niet (vervolg) (Peter Wullen)

Huub Beurskens zingt William Carlos Williams (Peter Wullen)





Medium4You.be  Editoriaal beleid | Voorwaarden voor publicatie opstellen en gebruik van | Neem contact met ons op