Word redacteur


Hoog spel, vuil spel

woensdag 14 oktober 2009, door Luc van Balberghe


translate : Français English Deutsch +

 

Online bekijken : http://www.vrijvanzegel.net/blog2/i...


De ‘oorlog’ binnen de Sp.a is niet voorbij. Hij begint pas. De strijd zal zich evenwel achter gesloten gordijnen afspelen. Dat hoopt men toch. In alle openheid, en tegelijk intern. Het hoeft geen contradictie te zijn.
In de hele heisa van de gestolen e-mails werd iedereen geschandvlekt, behalve… de boodschapper. En die speelde nog het smerigste spel van allemaal.

 
Tijdens de voorbije verkiezingsstrijd is ons land er na twee jaar gebrek aan beleid erg aan toe. De kiezer is niet meer te lijmen met holle retoriek of zachte waarden. Zijn aandelen zijn waardeloos geworden en zijn baan is in gevaar. De Sp.a staat voor een hopeloze verkiezingsstrijd. De ontmaskering van de linkse gedachte na de val van de Berlijnse muur, begint eindelijk ook tot een groot deel van het Vlaamse plebs door te dringen. De truc van gratis charme werkt niet meer. Het electorale verschil moet komen van de twijfelaars en de kleine intellectueel. 


Een gratis geschenk

Van Open VLD is Sp.a niet bang: de kopstukken rijden mekaar voortdurend in de wielen en de ego’s zijn te groot. Bovendien hangt er sinds het aantreden van de politiek directeur een sfeertje van witteboordcriminaliteit over die partij. 

Ook ongeloofwaardige speelgoedpartijtjes zoals Groen! en LSP betekenen geen concurrentie.

Stormrammen zoals LDD en Vlaams Belang kunnen nog wel een groot stuk van de kiezers overtuigen. Zij hebben immers geen beleidserfenis. De N-VA van Bart De Wever kan ongetwijfeld de dankbaarheid van de VRT voor de gulheid van de vorige mediaminister voor een stuk verzilveren.

CD&V heeft de ideale schoonzoon Kris Peeters vooruit geschoven: sympathiek, oprecht luisterbereid, integer, hardwerkend, intelligent, pragmatisch en dossierbekwaam.
Maar ook Sp.a heeft een spaarzaam glimlachende intellectueel in eigen rangen: Frank Vandenbroucke. Voorzitster Caroline Gennez duwt hem met alle kracht in de spotlights, van micro naar camera. Hij wordt in debatten gedropt, in talkshows en ei-zo-na in een spelletjesprogramma. Maar voor dat laatste is Vandenbroucke wat te houterig. Het ligt hem niet en zelfs zijn veelvuldige verschijning op het scherm verveelt hem. Hij heeft gestudeerd aan een Engelse universiteit en wil zoals een stille vorser zijn kennis binnen de beslotenheid van de studeerkamer toepassen. Zo is hij op z’n best. Maar goed, nood breekt wet en elke stem die Vandenbroucke van Peeters kan afsnoepen is er eentje meer voor de partij. Op die ene stem kàn het aankomen!

Echt veel heeft het niet geholpen, want een moegetergde of diep ontgoochelde kiezer is ongenadig en nuanceert niet meer. Dat de Sp.a toch nog aan de bak komt, is alleen te danken aan het cordon sanitaire, de arrogantie van Karel De Gucht en de ongeïnteresseerdheid van Verhofstadt. Het is een gratis geschenk voor de Sp.a.


L’assassinat du prince

Bij de vorming van de regering blijkt plots dat de rode coryfee geen minister meer is. Niet meer màg zijn.

Dat is niet mooi van de voorzitster: iemand eerst gebruiken tegen de eigen aard in om toch nog het laatst mogelijke uit de brand te slepen en die man daarna gewoon dumpen…

Vooral het feit dat Vandenbroucke als lokmiddel werd gebruikt, is een uitschuiver van Caroline Gennez. Dat ze hem niet meer wil als minister, is een wijze beslissing.

Vandenbroucke hoort qua arrogantie haast beter thuis bij Open VLD dan in de Sp.a. Hij wéét dat hij het slimste jongetje van de klas is en voelt zich verheven boven iedereen die ook een idee heeft of met hem in gesprek wil gaan. Zijn sociale contactvaardigheden zijn met de jaren tot een vlak egocentrisme afgesleten. Hij bepaalt de weg, zijn idee telt, hij zet de lijnen uit. Desnoods tegen de visie van de partij in. Die moet hem maar volgen omdat hij het toch het beste zal weten, zeker! 

Zo iemand kan je dus niet als onderhandelaar vooruit sturen als je al in een zwakke positie zit.
Bovendien heeft hij er als Minister van Onderwijs totaal niks van terechtgebracht: hij is gebuisd over de hele lijn. De volgende generaties zullen er de prijs voor betalen.

Caroline Gennez neemt de juiste beslissing om Vandenbroucke even geen ministerpost meer te geven. Hij zou haar dankbaar moeten zijn. Natuurlijk scheelt het een stuk in zijn portemonnee én in de invloed op zijn netwerk, maar het laat hem wel toe te acclimatiseren en opnieuw te ontdekken hoe de alledaagse wereld eruit ziet. Met zijn intelligentie moet ‘m dat lukken.


Externe adviseurs

Dat dergelijke beslissingen niet zomaar met de natte vinger worden genomen, ligt nogal voor de hand. Per slot van rekening is een politieke partij toch een soort van openbare instelling. Ze wordt immers betaald met belastinggeld en ze bepaalt wie ons land zal leiden. Dan mag daar ook enige sérieux van verwacht worden. Sterker zelfs: de burgers zouden het recht moeten hebben om de boeken te controleren en een controlerende commissaris in het partijbestuur te hebben. Maar dit terzijde.

Wie kan het dan een voorzitster verwijten dat zij zich omringt met een denktank, bij voorkeur mensen die zelf geen functie vervullen binnen de partij? Op zo’n cruciale momenten heeft een voorzitster niets aan de slippendragers die ooit al de slippen van Janssens en Vandelanotte droegen en over enkele maanden die van Gennez’ opvolg(st)er. Nee, zij heeft dan vrijblijvende adviseurs nodig die zeer goed op de hoogte zijn van het reilen en zeilen van de interne keuken én die haar ook durven tegenspreken.


Een neerbuigend toontje?

Dat tijdens strikt persoonlijke gesprekken dan al eens een cynisch toontje aangeslagen wordt, lijkt misschien onvriendelijk, maar is heel gebruikelijk. In de psychologie wordt dat verklaard als een zelfbeschermingsmechanisme waarbij men iets té luchthartig over sommige personen praat om beter emotioneel afstand te kunnen nemen wanneer een pijnlijke beslissing moet genomen worden. 

Aan de top van bedrijven komt tussen managers die toon vaker voor dan gedacht. Soms zelfs tot op het gênante af. Zolang dat binnenskamers blijft, is er niets mee aan de hand. Dit cynisme heeft immers meer te maken met het beschermen van de eigen emotionele kwetsbaarheid, dan met een eventueel dédain tegenover betrokkenen.

Vergeten we ten slotte ook niet dat wijlen Jef Houthuys nooit de naam van Guy Verhofstadt uitsprak, maar hem voor zichzelf depersonaliseerde als ‘da joengk’ toen hij hem liet kelderen als Minister van Financiën.

We mogen er donder op zeggen dat Wilfried Martens ook wel over ‘die pensendraaier’ zal gesproken toen hij verhinderde dat Paul Vanden Boeynants burgemeester van Brussel zou worden.

En was het niet Sp.a-er Louis tobback die het altijd had over 'Quickendinges'?

Achterkamergesprekken over derden verlopen nu eenmaal niet altijd in de beleefdheidsvorm.

De toon van de gestolen e-mails is dan voor buitenstaanders misschien schokkend, hij is zeker niet ongebruikelijk en niet eens kwaad bedoeld. Integendeel zelfs, in de mails staat woordelijk via welke omwegen en met welke strategieën men bepaalde mensen zo weinig mogelijk kan kwetsen.

Dat men bij het nemen van moeilijke beslissingen tegelijk troostprijzen voorziet om de ‘slachtoffers’ toch nog een beetje op de hand te houden, heeft een naam: goed management!

Bovendien zijn de mensen die uit de ministeriële boot vallen, geen waardeloze individuen. Op andere terreinen kunnen zij hun talenten beslist nog ten dienste stellen voor de partij. Alleen is het op dat ogenblik erg belangrijk dat de geslagen Sp.a met een nieuwe, jonge ploeg naarbuiten komt om terug een beetje aan geloofwaardigheid te winnen.


Slangenkuil

Samengevat, heeft Caroline Gennez in deze zaak één menselijk foutje gemaakt: de naam van Frank Vandenbroucke een beetje te veel gebruikt tijdens de verkiezingscampagne. Dat zij zich door goed geïnformeerde buitenstaanders vrijblijvend laat adviseren, pleit in haar voordeel. Dat mails in een iets te losse toonaard geschreven worden, is een zaak tussen afzender en bestemmeling en daar heeft verder niemand iets mee te maken. Dat zij Vandenbroucke niet opnieuw minister laat worden, was zeer terecht na zijn debacle op Onderwijs en zijn toenemende stugheid binnen de partij.

Eigenlijk is er dus helemaal niets aan de hand. Een faits-divers zoals er zich elke dag in elke partij en in elk bedrijf voordoen.

Maar er is binnen de Sp.a iets anders aan de hand: er zitten laffe mollen die niets en niemand ontzien. Caroline Gennez is er onverhoeds en keihard mee geconfronteerd geworden. 

Dat politiek een slangenkuil en een bikkelhard bedrijf is, wist ze. Hopelijk beseft ze nu ook dat het er in de politiek veel harder, en vooral smeriger, aan toe gaat dan in het bedrijfsleven. Daar blijft steeds een bepaalde ethiek gelden door zich te focussen op het echte doel: winst maken en de continuïteit van het bedrijf verzekeren. Aandeelhouders blijven managers en ondernemers wel voortdurend herinneren aan dat doel. In de politiek zijn de individuele belangen echter zo groot dat het doel (het maatschappelijke belang) te gemakkelijk uit het oog verloren wordt.

De politieke slangenkuil heeft ook enkele typische eigenschappen. Zoals het feit dat iedereen iedereen gebruikt en desnoods misbruikt, dat je er nooit vrienden hebt en zeker niet binnen de eigen partij, dat degenen die je op moeilijke momenten prijzen en steunen je hevigste verraders zullen zijn op het ogenblik dat je hen niet meer kunt dienen.

Dat duistere figuren zoals Freddy Willockx zich nu zoals een beminnelijke grootvader over haar ontfermen, is bedrieglijk. Dat zij, op één stem na, de volledige steun van het partijbestuur krijgt, komt alleen omdat er momenteel geen opvolg(st)er voorhanden is. Ook Bart Somers bleef na de stoelendans van de sandwichman van LDD in de voorzittersstoel tot aan de verkiezingen, maar was intern al lang veroordeeld.

Dat Frank Vandenbroucke zelf oproept om de gemoederen te bedaren, is evenmin zonder bijbedoeling. Hij is zelf voorzitter geweest van zijn partij en was in die tijd ook geen doetje. Diep in zijn geheugen vindt hij de teneur van de e-mails en de beslissing van Caroline Gennez eigenlijk heel normaal. 

Maar sinds de tijd van zijn voorzitterschap hangt hem nog steeds een zwaard van Damocles boven het hoofd: stel maar eens dat een onderzoeksrechter hem onder ‘gedwongen eed’ (een weggemoffeld, maar wel voorzien instrument in onze rechtspraak) zou verplichten om de waarheid, de hele waarheid en niets dan de waarheid te vertellen over… Agusta!


Diefstal en heling

Aan de hele affaire is echter nog een ander facet dat, uiteraard!, nergens in de media werd aangehaald: de verantwoordelijkheid van de boodschapper.

Het was journalist Bart Brinckman van De Standaard die de bewuste e-mails integraal als fac simile afdrukte.

Met onderzoeksjournalistiek had dit niets te maken. Ik weet uit eigen ervaring maar al te goed hoe zoiets in z’n werk gaat: je krijgt het als journalist gewoon onverwachts aangeboden en je mag er zelf de pluimen van op je hoed steken omdat de klokkenluider er wel een ander belang bij heeft.

Bovendien was het niet eens een primeur voor De Standaard. Brinckman was laatste keus. De e-mails werden voordien al aan journalisten van een andere krant en van een weekblad aangeboden, maar die zagen er (terecht) niet de nieuwswaarde van in.

Strikt genomen werd door publicatie van de e-mails het briefgeheim niet overschreden. Behalve wanneer de verzender van een brief, cq e-mail, uitdrukkelijk vermeldt dat de inhoud vertrouwelijk is en niet mag worden doorgegeven aan derden, is het de ontvanger die vrij kan beslissen wat met de inhoud ervan gebeurt.

Niettemin heeft het openbaar maken van privé-correspondentie tussen personen, zelfs door de ontvanger, altijd een ranzig kantje.

Er kan nog begrip voor worden opgebracht indien degene die de mails openbaar maakt, zelf het onderwerp is van de mail. Maar als derden mails gaan stelen, dan is de journalist die er gebruik van maakt, een heler. Vooral als die mails geen enkele nieuwswaarde hebben en alleen maar dienen om iemand te beschadigen of een karaktermoord te volbrengen.

Net zoals de privé-mails van Marie-Rose Morel met de toenmalige voorzitter van haar partij of met een Antwerps journalist, pas konden gelezen worden nadat haar pc werd gekraakt, werden ook de mails tussen Barteld Schutyser en Caroline Gennez gestolen. Ze werden niet eens van een harde schijf geplukt. De mails waren uitgeprint en Caroline Gennez had er persoonlijke aantekeningen bij gemaakt. De prints werden van haar bureau ontvreemd om ermee rond te leuren bij de media.

Het was uitgerekend de algemeen hoofdredacteur van De Standaard die destijds het weekblad Knack kapittelde en ridiculiseerde tot 'een boekske', toen het de Morel-Van Hecke-mails afdrukte. De Standaard plaatst zich nu met de Gennezmails zelf tussen Bildzeitung, The Sun, De Morgen en andere pulp op het rek bij de krantenboer.

Pijnlijk detail: de levenspartner van Caroline Gennez is journalist bij… De Standaard. 


translate : Français English Deutsch +

Een reactie toevoegen

?

De laatste artikelen van Luc van Balberghe :


Er zijn grenzen aan mediageilheid

’Kom eens naar mijn (raad)kamer...’

Als straks de bubbels zijn verschaald...

 

Andere artikels:

Caroline Gennez

Gennez trapt het af! (Ben Willems)

Caroline Gennez : Mensen moeten ’nu’ langer gaan werken. (Don Viona)

Caroline Gennez tegen regelneverij. (Don Viona)


Open VLD

En Groen! liet zich weer doen! (Ben Willems)

Is een regering met NV-A, Open VLD en CD&V wel sociaal genoeg? (Ben Willems)

De Wever heeft geen vertrouwen in SP.A! (Ben Willems)


Spa

"Rode" Bert Anciaux laat van zich horen. (Don Viona)

De verkiezingen van de angst (Luc van Balberghe)

Zondag 30 mei 2010: (Luc F.M. Jacquemyn)





Medium4You.be  Editoriaal beleid | Voorwaarden voor publicatie opstellen en gebruik van | Neem contact met ons op