|
Vorig jaar al publiceerde Meulenhoff de uitstekende tweetalige bloemlezing ‘Even dit’, met een selectie van gedichten van de Amerikaanse dichter William Carlos Williams, hertaald door de Nederlandse dichter Huub Beurskens. In zijn nawoord had Beurskens het even over de ontstaansgeschiedenis van diens gedicht ‘The Parable of the Blind’, dat geïnspireerd was op het gelijknamige schilderij van Breughel. De bevindingen van Beurskens werden nadien in dichtvorm gegoten en vonden hun neerslag in het mooie gedicht ‘Schilderkunst en poëzie’ uit de cyclus ‘Vermist’ van zijn nieuwe dichtbundel ‘Eigenlijk heb je alles al’. De bundel bevat oorspronkelijke gedichten, een Trakl-cyclus, een groot aantal hertalingen van werk van andere dichters en ten slotte de kleine, fraaie cyclus ‘Het Vlot’.
De Oostenrijkse tragische dichter Georg Trakl bezocht in augustus 1913 Venetië. Hij verbleef er gedurende 12 dagen. Het zou zijn enige buitenlandse reis worden. Een jaar later overleed hij in depressieve toestand aan een overdosis cocaïne. Op een foto, die vermoedelijk uit die periode dateert, ziet men een uiterlijk redelijk ontspannen man, die in zwemkostuum even pootje baadt in de Baai van Venetië. Over zijn ervaringen in Venetië schreef hij het beroemde gedicht ‘In Venedig’. De levenslange fascinatie voor de vroeggestorven dichter inspireerde Beurskens al eens tot een hertaling van vier Trakl-gedichten in zijn allereerste bundel ‘Blindkap’ uit 1975. Naar aanleiding van de zwart-witfoto schreef Beurskens de cyclus ‘Trakl aan zee’ met de gedichten ‘Vermoedelijk Venetië’, ‘Limbisch’, ‘De meeuwen’ en ‘I’m hiding sister and I’m dreaming…’, ‘Verzoek om opium’ en het voor schilder Jacques van Erven geschreven ‘Traklstronken’, waaruit we hier een fragment citeren. Herfstbossig avondnagalmen der doodgewapenden, rood
gewolkte erboven, maankoelte straks. O staande ode van
wondvochtbleke stronken aan nimmerverwerkten gebracht.
(uit: ‘Traklstronken’) We herkenden het niet al was het winter toen
we door de vervallen buurtschap wandelden
met almaar blauw spiegelend klaar beekwater mee,
waar juffers warrelden, de amandel wolkwit bloeide, al
was het winter nog, met geen bloemblaadje dwarrelend.
in de kieren van ingebrokt muurwerk glipten agamen,
bouwden bijen. Spreeuwen kwetterden op een nokbalk.
Zonder dak openlijk stond elk huis open,
(uit: ‘Het niet-oorlogsmonument (Cyprus)’) Beurskens als vertaler en hertaler dan. Hij vertaalde al werk van Gottfried Benn, Georg Trakl, Nelly Sachs, Anne Duden, William Carlos Williams en binnenkort ook W.H. Auden. De omvangrijkste cyclus uit ‘Eigenlijk heb je alles al’ heet ‘Scherven flessenglas’ en bestaat uit gedichten, die losweg geïnspireerd werden op andere gedichten en zelfs songteksten. De invloeden van Beurskens zijn veelvoudig. Dat gaat van Nicolaas Beets (‘De moerbeibomen’) tot Karel van de Woestijne (‘Eens groeit een boom uit mij’), maar ook coryfeëen uit de wereldliteratuur zoals K.P. Kavafis (‘Mijn hiernamaals’) en de Franse dichter Yves Bonnefoy (‘Ombraamde putten’). Beurskens verwerkt bovendien songteksten van Dylan, Pete Townshend en Gene Clark in zijn gedichten. ‘Ze zijn dwars over en door bestaande teksten geschreven waarvan ze soms zelfs contravormen zijn geworden, terwijl ze van plunderwaar gebruikmaken’, verklaart hij in zijn ‘Aantekeningen’ bij de bundel. Het is een procedé dat hij al volgt sinds zijn debuutbundel uit 1975. ‘Een hint en tip voor plagiaatjagers’, schreef hij toen al, waarbij hij de namen van de geciteerde dichters prijsgaf.
(uit: ‘Mijn hiernamaals’)
De laatste en volgens mij interessantste cyclus uit de bundel heet ‘Het Vlot’ en bestaat uit drie vrij knappe en ingenieus opgebouwde gedichten plus het losstaand gedicht ‘Gods eclips’ dat ik eerder als de epiloog beschouw van de bundel, omdat het gedicht thematisch heel nauw aansluit bij de proloog ‘Omentomme’. Het eerste vlot is het ruimtevlot Nostromo uit de science fiction-reeks ‘Alien’, waar een vrouw alleen in de ruimte de strijd aanbindt met androïden en xenomorfen. In het gedicht ‘Zaal der grote formaten’ raakt de dichter in de ban van het monumentale schilderij ‘Het Vlot’ van de Franse schilder Théodore Géricault in het Louvre. De titel ‘Eigenlijk heb je alles al’ komt uit het gelijknamige gedicht, dat tevens het voorlaatste is van de bundel en waarin hij een balans opmaakt van zijn bestaan tot nu toe, ‘je vlot alleen met zwarte gaten om je heen zonder/verder te komen dan fanaten rond een zwarte steen,’. Het slimste jongetje uit de Nederlandse poëzieklas doet het weer. Het wemelt letterlijk van de referenties en verwijzingen in de gedichten van Beurskens. Referenties die, uitgezonderd in de laatste cyclus, ‘Het vlot’ het initiële leesplezier soms verdringen. Beurskens wil wat teveel slimmer zijn dan de lezer, die hij voor ogen heeft. Maar ‘Eigenlijk heb je alles al’ biedt de poëzielezer genoeg lees- en inspiratievoer om er weken mee zoet te blijven. ‘O God van Hiroshima!
Hoe kan ik je schattige horde
van vrouwenruggen vereren,
daarvoor en daarna?
Het stof dat ze zijn geworden
gretig als gif inhaleren,
o ja, dat wel, o ja.’
(coda van het gedicht ‘Gods eclips’) William Carlos Williams, ‘Even dit’, keuze, vertaling en nawoord Huub Beurskens, Meulenhoff, 2008, ISBN 90 290 7459 0. Huub Beurskens, ‘Eigenlijk heb je alles al’, Meulenhoff, 2008, ISBN 978 90 290 8255 6. Een reactie toevoegen |
?
De laatste artikelen van Peter Wullen : In de voetsporen van Omar Chajjaam - over de hertalingen van Paul Claes. Arabische liefdesnacht in Molenbeek Andere artikels: LiteratuurOpknappers & Afknappers (Peter Wullen) De canon is dé canon niet (vervolg) (Peter Wullen) Het ademen van Hans Groenewegen (Peter Wullen) |