|

In
de Koffiestraat in Heule staan enkele beschermde arbeiderswoningen uit
de negentiende eeuw. De bescherming als monument redt een typisch
straatbeeld, dat je elders hoe langer hoe minder vindt. Eindelijk ook
aandacht voor andere architectuur dan die van de bourgeoisie uit
vroegere tijden: de arbeid geadeld! Die bewarende maatregel betekent
wel een zware dobber voor de eigenaars. Maar dat hoeft verstandig
hergebruik niet in de weg te staan. Een Wevelgems echtpaar geeft het
goede voorbeeld. Gesteund met een restauratiepremie doen zij de nodige
investeringen om van een bijna 130-jarig arbeidershuis een gezellige
woning te maken, met respect voor het beschermde erfgoed. Maar waaraan
heeft dat straatje de naam Koffiestraat te danken? Toch wel weer een
onvermoed hoekje...
Rustieke bungalow
Misschien
is het wel de straat met de grootste monumentendichtheid van Kortrijk,
het Koffiestraatje van Heule. Van het 10-tal panden aan de pare kant
(de onpare kant wordt grotendeels ingenomen door het klooster van
Heule) zijn er niet minder dan 6 geklasseerd als monument (de nummers
2, 4, 14, 16 18 en 20). Je zou het niet zeggen als je erdoor loopt. Bij
monumenten denk je meestal aan opvallende gevels en duizelingwekkende
dakpartijen. In dat Heulse straatje zijn het nederige arbeiderswoningen
die decretaal beschermd zijn. Eens te meer was het toenmalig
Vlaams minister Paul Van Grembergen, Spirit (VlaamsProgressieven), die
op 30 april 2004 het beschermingsbesluit ondertekende. De bewindsman
voerde een heel doortastend erfgoedbeleid, dat ook aandacht had voor
het patrimonium van het gewone volk.
De
meeste van die beschermde woningen zijn platte doeningen met een
zolderdak boven de gelijkvloerse verdieping. Ze zijn nogal breed in
vergelijking met 19de-eeuwse werkmanshuizen in het Kortrijkse
stadscentrum (Stasegemsestraat bijvoorbeeld). En hoe ouder ze zijn, hoe
breder. Dat komt omdat ze gebouwd werden op verloren gelegen grond
buiten de Heulse dorpskern, grond die toen minder gegeerd en dus
goedkoop was. De huidige Koffiestraat was tot zowat 1880 slechts een
voetweg, "buurtweg nr. 29" op de Atlas der Voetwegen van 1843, genaamd
de Molendreef want leidend naar de Plaatsmolen van Heule. Bij de opmaak
van de Atlas stonden er nog maar twee huizen in de straat. De huisjes
hebben achteraan stuk voor stuk een aanzienlijke tuin; het kwam op geen
vierkante meter.

Met
die typische eigenschappen van landelijke arbeiderswoningen hebben die
panden - raar maar waar - heel wat troeven voor renovatie en
hergebruik, hoe oud en eenvoudig ze ook mogen zijn. Opgeknapt ogen ze
als als een rustieke bungalow, en daarvan zijn er al een paar
voorbeelden te zien in het straatje. Dank zij de bescherming blijven ze
toch min of meer hun schilderachtig uitzicht van diep in de jaren 1800
behouden.
Vingerberaping
De
oudste panden zijn de nummers 14 en 16, daterend van voor 1835. Tot
1920 was het een enkele arbeiderswoning, wat niet uitsluit dat zij
verschillende grote families bijeen onderdak heeft verleend. Toen is
het pand in twee aparte woningen opgedeeld. Beide huisjes hebben
elk een voordeur en drie ramen in de gevel. Boven hun enige bouwlaag
worden ze beschut door een zadeldak met Vlaamse pannen. Het metselwerk
van de buitenmuren is in verankerde baksteenbouw. Een voortuintje siert
beide panden; dat van nr. 16 staat vol weelderig groen; ooit waren het
moestuintjes of ’begraasde’ tuintjes (voor een geit?). Ook het
verzorgde schrijnwerk van ramen en deuren is meegeklasseerd.

De
huizen die vlaskoper J.A. Vansteenkiste in 1864 (nr. 20) en 1877 (nr.
18) liet bouwen, staan aan de rooilijn. Het gemis van een voortuintje
wordt goedgemaakt door meer ’land vanachter’, te bereiken via een
steegje op de perceelsgrens. Nummer 20 is het breedste, voorzien van
een poort, vier ramen en een voordeur in de straatgevel. Nummer
18 heeft vijf traveeën (dat wil zeggen vier vensters en een voordeur in
de gevel). Beide typische dorpswoningen hebben eveneens slechts één
bouwlaag en een zadeldak. In de beschrijving van het Vlaams Instituut
voor Onroerend Erfgoed wordt gewag gemaakt van de restanten van
cementbekleding op een zijgevel: "sporen van vingerberaping" (wellicht
smeerde men een dikke laag cement op de muur en versierde men die door
in de nog natte laag gaatjes met de vingers te maken).
Renovatie
De
latere huisjes hebben dan weer wel een voortuintje. Het jongste is
nummer 2, van 1902: vijf traveeën, één bouwlaag onder een pannen
zadeldak. Maar het pand dat mij vooral interesseert is nummer 4. Nummer
4 is een achter een voortuin gelegen arbeiderswoning van 1880. Eerst
waren het twee woningen onder hetzelfde met pannen bedekte zadeldak,
maar in 1897 maakte men er een van. In de brede gevel van één bouwlaag
zitten vier vensters met luiken, een poortje en een voordeur.

Het
stadsbestuur van Kortrijk heeft een bouwvergunning verleend aan het
Wevelgemse koppel Pepijn en Ilse Rosseel-Waeyaert om dat nummer 4
grondig te restaureren. De renovatie gebeurt in nauwe samenspraak met
de Vlaamse administratie van Onroerend Erfgoed en levert de moedige
investeerders dan ook een restauratiepremie op.
Het
uitzicht van de beschermde dorpswoning in verankerde baksteenbouw met
geaccentueerd voegwerk wordt zorgvuldig bewaard. En dat gaat ver: zo
wordt het bestaande schrijnwerk (typische houten T- en schuiframen met
luiken) eerst weggenomen voor restauratie en dan teruggeplaatst. De
zijgevels worden bezet met kalk met grove structuur na het verwijderen
van de bestaande cementbezetting. Aan
de achterkant van de woning wordt een later toegevoegd bijgebouwtje met
eternitdak gesloopt. De afgeleefde veranda wordt vervangen. De
bestaande indeling van het dorpshuis wordt zoveel mogelijk behouden. De
zolder wordt ingericht tot slaapkamers, te bereiken met een nieuwe
binnentrap. En in de tuin wordt een regenwaterput van 15.000 liter
gestoken.
Men kan hier
werkelijk spreken van een maximale vrijwaring van de erfgoedwaarden van
het pand, een goed voorbeeld voor andere eigenaars van beschermde
monumenten. Toch wordt het een woning die zal beantwoorden aan de
hedendaagse wooncomforteisen. Het ontwerp is van het architectuur- en
restauratiebureau J & A Demeyere van Kortrijk.
Beschermd is beschermd!
Toch
is opname van een pand op de lijst van beschermde monumenten voor
eigenaars soms een last en zeker een beperking van hun vrijheid. De
eigenaar van nummer 14 wou in 2005 zijn huisje slopen en de grond ter
beschikking stellen van de aanpalende school. Men wou er een extra
uitgang voor de school van maken, zogenaamd om de leerlingen meer
verkeersveiligheid te geven. De eigenaar deed daartoe een aanvraag tot
opheffing van de bescherming.
Het
is de eigenaar niet gelukt. De Koninklijke Commissie voor Monumenten en
Landschappen ging op haar achterste poten staan. De experten wezen op
"het algemeen belang van deze woning omwille van de historische,
sociaal-culturele en industrieel-archeologische waarde". Huidig Vlaams
minister Dirk Van Mechelen, OpenVLD, wees de aanvraag dan ook af.

Maar
de eigenaar bleef aandringen; hij diende een nieuwe aanvraag in, met
nog meer verkeerstechnische argumenten. Opnieuw was het advies van de
Koninklijke Commissie geheel afwijzend: "het gaat hier om een
waardevol, beschermd gebouw, waarvan de waarde niet kan worden
uitgespeeld tegen problemen van verkeerstechnische aard". De minister
won toch ook maar advies in bij verkeersdeskundigen. Die overtuigden
hem ervan dat er verschillende andere ontsluitingsopties mogelijk zijn
"die een groter effect hebben op de verkeersveiligheid van de
schooltoegang". Ook de tweede aanvraag tot opheffing van de bescherming
werd dus afgewezen.
Schuimkraag
En van waar komt die rare naam van het straatje? Wel met koffie, het zwarte vocht, heeft die naam niets te maken. De
’koffie’ van de Koffiestraat werd geserveerd met een kraag schuim; het
was bier. Koffie is een te letterlijke vertaling van ... café. Tot in
de jaren 20 was het straatje - dat nog eerder als voetweg de Molendreef
werd genoemd - de ’Caféstraat’ van Heule. Het Heulse gemeentebestuur
vond dat in de jaren twintig waarschijnlijk niet chique genoeg.
Het
enige café dat ik er heb gekend, is café ’t Park, op de hoek met de
Heulsekasteelstraat. De Heulse socialisten vergaderden er; een
origineel onderdeel van de werking was de jaarlijkse avond met
"patatjes met de pelle" (en de fabelachtig smakende ingelegde
zilveruitjes van Nadia niet te vergeten!) in het zaaltje achter de
herberg. Maar ook dat café is verdwenen. Men heeft zelfs de deur
toegemetst. Dat hoeft niemand tegen te houden om deze onvemoede hoek
van Kortrijk eens te gaan bezoeken. Elders in Heule zijn er cafés
genoeg. Maar zilveruitjes?
|