|
Op de voorflap van ‘Als geen ander’, de debuutbundel van slamdichter Krijn Peter Hesselink had een cirkelvormige uitsparing moeten komen, waarin een zaadje zit. Met enige goede wil kon de lezer/koper het zaadje mits wat water en wat vruchtbare aarde laten uitkiemen tot een boom waarvan het wortelstelsel uit het boek zou groeien en het dure papier zou opvreten. Dat was een goed idee geweest! Het getuigt van een gezonde zelfrelativering van de dichter. Iets wat je zeker nodig hebt in het dichtersvak. Want, god? Wat betekent een dichtbundel nog? Een boekje meer of minder in de etalage. Wie maalt daarom?
Maar Nieuw Amsterdam-redacteur Jasper Henderson was dus tegen het ganse idee van het planten van een zaadje in een dichtbundel. In de plaats daarvan oogt de dichtbundel heel gewoon. Er staat een zwart-witte tekening op van een adolescente jongen in T-shirt, jeans en sloffen en met warrig haar. De jongen houdt met verwonderde blik zijn handen in de heupen alsof hij wil zeggen ‘wat komt u hier in godsnaam doen om dit te lezen?’. Het is zo’n prent die we vroeger aantroffen in jeugdboeken voor jongens. De pentekening past bij de adolescentenwereld waarin Krijn Hesselink ons meetroont. Ik vang je lach uit de lucht Als fluistert Batman je in (uit: ‘Reddingsoperatie’, pag. 49) Hoeveel zorg er zou besteed zijn aan de dichtbundel lees je uitgebreid op de toffe webstek van Hesselink. Tot op het ogenblik dat hij zijn boekje eind juli voor het eerst in de winkel ziet liggen in een Amsterdamse boekenwinkel tussen twee andere debuten, die van Annemieke Gerrist en die van Jasper Mikkers, blijft hij op een aandoenlijke manier hopeloos twijfelen aan zichzelf en aan zijn opzet. ‘Sociale fobie’, noemt men dat bij de uitgeverij en men stuurt hem meteen naar een therapeut om van het gevoel af te raken. Wel, om hem voorgoed te verlossen van de twijfel, laat ik maar meteen met de deur in huis vallen. Dus ga weg, wis ieder spoor en let (uit: ‘Wat ik jou wil laten zien’, pag. 15) De deur van Hesselink hangt behoorlijk scheef aan zijn hengsels. Ik had het graag anders gewild maar bij eerste lezing bleven nogal wat vraagtekens bij het ganse project van ‘Als geen ander’. Hesselink bezit een kiem van dichterlijk talent, maar veel gedichten lezen te stroef en zijn naar mijn smaak te onafgewerkt om te blijven boeien. Wat met de titel bijvoorbeeld? ‘Als geen ander’ is - toeval of niet - ook de titel van een plaat van de king of schmaltz Marco Borsato. Samen met de dichtbundel lees ik het hoofdstuk ‘le tout autre est tout autre’ (‘de gans andere is gans anders’) uit het boek ‘Donner la mort’ van de Franse denker Jacques Derrida. Het vat de wereld van Hesselink goed samen. Hesselink is een dichter die te vaak zweeft tussen schlager en filosofie, een soort super de luxe Borsato van de dichtkunst. Hoor je hem al zingen met zijn gezwollen, bombastische stemgeluid? Ik leg mijn eieren in volle vlucht (uit: ‘Nog nat in de hand’, pag. 62) Als motto voor de bundel vang ik hem even met zijn eigen woorden. ‘Dichten is kijken naar/wat niet ter zake doet en daar/een zaak van maken’, schrijft hij ergens heel programmatisch. Nu ja, goed, hiermee ga ik volledig akkoord, al begrijp ik niet waarom zo’n zin in een gedicht hoort... Erger wordt het wanneer men schrijft over wat niet ter zake doet in evenveel nietszeggende woorden, die ook nog eens niet ter zake doen. Ik betrapte Hesselink meermaals op dergelijke uitschuivers. ‘Als geen ander’ bevat te veel poëzie van het lage soort, terwijl zijn poëzie ons net uit dat triviale zou moeten helpen bevrijden. Dat merk je ook aan de vele verkleinwoorden, die Hesselink gebruikt (het pleintje, het schoentje, het vliegtuigje,...). Ik hou niet van verkleinwoorden in een gedicht. Ze halen het ogenschijnlijke filosofische ‘sérieux’ van Hesselink danig naar beneden. We zijn op tijd volgens de dienstregeling (uit: ‘Aankomst’, pag. 55) Ik wil niet ondankbaar lijken, maar op zo’n tautologische verspreking knap ik dus volledig af. De licht- en lichtzinnigheid waarmee Hesselink hier zwaait, doen de dichtbundel overhellen naar een soort populistische poëzie waar Hollandse schlagerzangers nationaal en internationaal mee scoren. En Hesselink maakt ons dat in het eerste mis- en inleidende gedicht ‘Urk is vol, nu Nederland nog’ vrij duidelijk. Na Urk, na Nederland, nu ook de wereld... Het is toch niet allemaal zo negatief, hoor, dat populair willen zijn met een paar poëticale versjes! Ik ben blij om Hesselink te leren kennen. Hij is zo te zien een sympathieke, ietwat slungelige jongen en een schrijver, die echt in alles goed is, behalve in het dichten. Misschien moet hij maar eens aan een ander schrijversvak beginnen denken. Toch maar beter een zaadje voor een boompje opzetten, Jasper Henderson? Een muur van vlees, vroeg je Ik had bij je naar binnen willen Het uitzicht was weids (uit: ‘Voorbij het dode punt’, pag. 35) * naar Jacques Derrida, ‘Donner la mort’, Galilée, 1999. Krijn Peter Hesselink, ‘Als geen ander’, Nieuw Amsterdam, 2008, ISBN 978 90 468 0434 6. Een reactie toevoegen |
?
De laatste artikelen van Peter Wullen : Arabische liefdesnacht in Molenbeek ’De Maan en de Koperblazer’ - over ’Last night the moon came...’ van Jon Hassell. Andere artikels: PoëzieSoms vraagt een mens zich af (Daniel Struyf) Wat is poëzie? (thierry deleu) |