|
Sinds kort zijn wij van De Post groene jongens geworden. Vroeger niet. Vroeger veegden wij aan alles en iedereen ons botten. We gingen drinken als we dorst hadden en ook als we geen dorst hadden. We werkten amper. We leefden buiten de wereld en naast elkaar. Nu is het geen waar meer. Wij werken want dat vertelt ons het automatisch volume captatie systeem. We drinken nog maar dan zuiver water en enkel tijdens de daartoe voorziene pauzes. En sinds kort sorteren wij ons afval. Thans leven wij in harmonie en vrede met deze planeet en met elkaar.
Zegt ISO14001 jullie iets? Het is een milieumanagementsysteem waar wij van De Post na lang aandringen van ons opperhoofd Sjonnie Toespijs zijn ingestapt. We willen op kosten besparen en dan met name op energie, water en de lonen van de managers. Dat laatste is een grapje. Een flauw grapje. Managers verdienen wat ze verdienen en daar wordt de spot niet mee gedreven, ok? Feit is wel dat de managers uit milieuoverwegingen (maar ook omdat er een paar kindjespoeperkes tussen zaten) niet meer op Facebook mogen en zij hun gouden reten met minder papier moeten schoon vegen. Goh, GDB, wat ben je weer vulgair! Ja, hee? Lees rap verder, stelletje randdebielen.
ISO14001 dus. Iedereen van Antwerpen X heeft recent twee uur les gevolgd en zich terdege in de materie verdiept. Nu weten we dat we de lichten moeten doven als de nachtvacatie begint want dan kunnen die mensen beter slapen. Dat we papier in een aparte bak moeten gooien, een mooie rooie bak met wieltjes die symboliseren hoe vlot alles bij De Post verloopt. Dat we het wc-papier na gebruik moeten omdraaien en recycleren indien mogelijk (als het papier niet te erg riekt tenminste). Dat plastiek bij plastiek hoort en karton bij karton en de rest kieperen we gewoon in de reuzebak die overblijft en waarop staat: restafval. Poepiesimpel, zelfs voor ons.
Gisteren kregen we bezoek van de Spaanse Inquisitie. Oeps. Ik bedoel van een externe audit. De mensen kwamen kijken of de normen van ISO14001 gehaald werden. Natuurlijk moest de cel een slachtoffer hebben en wie anders dan ondergetekende had het spek aan zijn been? Algauw bevond ik mij in een spervuur van vragen: hoe heet je (effe m’n badge checken), waar werk je (de laatste keer dat ik het vroeg: bij De Post), welk soort afval hebben jullie hier (fijn stof als ik naar het werk fiets, tonnen zaksluitingen, massa’s papier en een paar managers), laat je het licht branden als je gaat pissen (ja, want anders pis ik naast de pot), hoe sorteren jullie (met plezier), hoe worden jullie geïnformeerd als er milieuinfo is (‘s avonds aan het prikbord, dan haalt de chef z’n gitaar boven en begint te zingen van vrolijke vrolijke vrienden, dat is z’n steevaste intro), hoeveel papier gebruik je om uw gat af te kuisen (geloof me, dat wil je niet weten), hoeveel keren worden de vuilnisbakken opgehaald (telkens ik m’n rug naar hen toedraai) en wat doe je als je plastieken kunstarm versleten is (een nieuwe via internet bestellen)? Wat denken jullie? Zou ik geslaagd zijn? Volgens mij heb ik een glansrijk parkoers afgelegd.
Het helpt toch als je vol bent van jezelf zoals ikke, niet? En als ik nu zo vol ben van mezelf dat m’n vertrouwen overloopt, waar moet ik dan dat afval kwijt? Is daar iemand van op de hoogte? (niet allemaal tegelijk)
Ik zou het milieu immers niet nog zwaarder willen belasten. Nee, ik werk bij De Post en De Post heeft een hart voor het milieu. De Post is niet langer meer rood. De Post kleurt voortaan groen.
Men zegge het voort aan allen die het horen willen!
|