Word redacteur
|
Online bekijken : http://blog.seniorennet.be/wilfried...
Zodra ik op de Engelse kamer te San Marinella ben gekomen laat ik de kraan van de badkuip lopen en ik nijp ook bijna een hele tube zeep leeg. Even later kruip ik met mijn vuil groot lijf in een wolk van schuim en warm water. Wat een genot. Wat een heerlijke geur . Wat zijn de keramiektegeltjes op de muren mooi. Terwijl de spiegel reeds vlug bedwasemt, lig ik zo in het schuim van luilekkerland en ontspan . Op het nippertje wrijf ik over mijn gezicht met het washandje, zodat ik toch niet in slaap val. Is dit dan de zaligheid die de heiligheid voorafgaat ? Ik weet dat ik op tijd en proper in de eetzaal moet zijn. Ik luister naar de langzaam druppelende kraan en naar de vele zachte implosies die de massa badschuim doen verminderen. Dan kruip ik plots weer recht, spuit met de telefoon een flinke portie koud water over mijn reeds natte kop. Zo geraak ik helemaal terug tot mijn bewustzijn en ben ik weer voldoende fit en verstandelijk begaafd. Dit is de laatste avond voor mijn aankomst in het centrum van de wereld. Ik vind dat ik dus de lichte lange broek en het hemdje mag aantrekken die ik reeds 38 dagen voor deze gebeurtenis diep in mijn fietstas had bewaard. Ik doe ook proper ondergoed aan, nette sokken en ik wrijf mijn wandelschoenen proper met het laatste sop van de badkuip. Ik borstel mijn haren en mijn baard. Ik ben echt een gentleman die verschijnt in de dining room van House Miramare. 19u20 . Ik ben te vroeg. Ik krijg toch al een plaats aangewezen aan een tafel gedekt voor één persoon. Er is nog een tafel gedekt voor vier en een andere tafel voor twee. Ik raap enkele tijdschriften op die onder op een rond tafeltje liggen. Op de vraag ' Something to drink ? ... ' antwoord ik met mijn wijsvinger mijn verlangen verduidelijkend ... " 'Of course, that bottle red wine there on the left side ... ! ". Weldra slurp ik van dat wijntje terwijl ik met mijn neus snuffel naar de tien belangrijkste plaatsen die te Rome moeten worden bezocht. Het is reeds 19.45 u wanneer de andere tafels worden bevolkt, door een viertal uit Engeland, drie vrouwen en één man, en door een koppel tortelduiven die Italiaans spreken. Ondertussen ben ik met grote aandacht in die reisgids aan het lezen en heb ik reeds mijn derde glas wijn op. Maar vlug is het duidelijk dat er weinig contact zal zijn tussen de individuele man aan zijn tafeltje en de anderen. De verliefden hebben slechts oog voor mekaar en de travelers uit het fiere Albion, die per Rover Canterbury - Rome afgelegd hebben, vinden mij een barbaarse alcoholicus die aan tafel zit met bruine gespierde armen, twee bewijzen dat ik noch de Lord van Hull noch de Hertog van Brabant ben. Bovendien is het voor allen duidelijk in de dining room dat het laattijdig aanschuiven van de man op weg naar Rome de porties die avond van 1/6 naar 1/7 heeft doen verminderen. Minestrone, een stukje vis, raviolis, tiramisu, allemaal lekker maar net genoeg maar om het bord vuil te maken. Er komt ook nog koffie, maar ik pas voor deze afsluiter. Mijn fles wijn is op , terwijl de anderen nog aan hun eerste glas zijn , vergezeld van plat water. Grote vaak overvalt me op dat ogenblik. Ik zeg duidelijk dat ik ' very tired ' ben , wens iedereen ' good evening' en dan verlaat ik het gezelschap waaraan ik niets had. Volgende ochtend. Er is een kleine bloedvlek op het schone witte laken van mijn bed. Heb ik tijdens mijn slaap een meisje ontmaagd, of wat betekent dit nu ? Helemaal wakker besef ik dat ik 's nachts niet aan borstjes van een maagd heb gevoeld, maar dat ik heb gekrabd aan de korstjes van de wondjes op mijn benen die eerder door insecten waren gebeten en maar moeilijk genezen. Ik neem nogmaals een bad met heet water en veel zeep waarna ik eau de cologne smeer op meerdere plaatsen van mijn ledematen. Genezing nadert. Na breakfast en na afscheid van mijn biljet van 100.000 lires, verlos ik my love Olive Green uit de veranda waar tussen bloempotten, drogende keukenhanddoeken en kuismateriaal zij eenzaam had overnacht. De zon schijnt goed op deze septemberdag en de Via Aurelia Antiqua wacht op ons. Deze namiddag zullen wij Rome bereiken. Bij het verlaten van San Marinella, wanneer ik voel dat mijn wielen gemakkelijk draaien, ben ik als uitgelaten. Ik begin zo maar van pure vreugde luidkeels te zingen. Het liedje, nog uit mijn grootmoeders tijd, is van Tino Rossi, .... ' Marinella, viens encore dans mes bras, lalala, lalala, .... . Ik stop aan een betonnen wegwijzer, zeer oud zoals de weg naar Rome overal is, ondanks moderne aanpassingen en nieuwe laagjes verf. Fantastisch ! Geen twijfel mogelijk. Er staat in grote leesbare cijfers : Roma 65.248 meters. De legioensoldaten van Caesar en van andere koningen en keizers waren gedrild om passen te maken van precies één meter.Wie deze norm niet kon halen aan het gevraagde tempo werd zonder medelijden gemuteerd naar Cataracticum, het gevaarlijk gebied tussen Brustem en Borgloon, waar tussen de bomen en grachten de Eburonen van Ambiorix moeilijke tegenstanders waren. Ik zie die Romeinen met hun blote voeten in sandalen de Jeker overschrijden, met kort zwaard en schild. Ook zij droegen voor de veiligheid een pothelm, zoals de wielrijder die ik ben. Maar als Obelix daar een klop op gaf konden zij geen Latijns woord meer uitspreken. Ik ben Willix, ook groot en dik, maar toch niet zo sterk als die Oude Belgen van vroeger die na het drinken van Haspengouws witbier een dobbelsteen in hun vuist konden verbrijzelen. Voor de lol maak ik nog even een zijsprong naar de badplaats Marina di San Nicola. Daar koop ik melk, water, wurzelworst, brood, bananen, voor mijn volgende picknick. Omdat ik weer slechte bloedcirculatie in de voeten heb, loop ik er wat op blote voeten rond. Eenzaam fiets ik daarna nog gedurende vele mijlen verder. Ik word stil en kalm. Het is alsof een enorme magneet, die ginder achter de horizon ligt, me naar zich toezuigt. Op een volgende betonpaal op de Via Aurelia zie ik plots dat mijn einddoel nog dichter komt. Het cijfer is gezakt tot 19.822 meters. Ik begrijp dat ik op minder dan twintig km van Rome ben. Nu overvalt een felle emotie me. Ik begin te wenen op mijn fiets. Negenhonderdzestien uren zijn voorbijgegaan sedert ik mijn thuis en mijn gezin achterliet om pelgrim te worden, vrije trekvogel op Gods wegen. Mijn vlucht in de richting van Rome nadert een zwarte wolk. Even na een helling beginnen de regendruppels te vallen. Ik zou natuurlijk kunnen stoppen, schuilen, en niet nat worden. Maar de wind blaast goed en nattigheid is voor een oude kikvors geen probleem. In de bergaf duik ik letterlijk onder een douche in en dat maakt me nog gelukkiger. Ik word als een Felix De Goede reeds met water uit de hemel gezegend. De stortbui is kort en overvloedig, over orbi et urbi. Grote plassen liggen op de weg. Het stoort me niet als vrachtwagens met hun zware banden me nog natter maken door de plassen op me te spatten. Dicht bij Rome mag een christenmens voor zo iets toch geen vloek meer laten. Ik pedaleer over de natte Via Aurelia en zing ...' I'm singing in the rain.., I'm singing in the rain... 'en ook nog dat deuntje dat al jaren in mijn kop zit zonder dat ik eigenlijk weet waarom ... ' C'était un musicien qui jouait dans les boîtes de nuit, et toutes les jolies femmes venaient tourner autour de lui ...' .Ook mijn heilig en eeuwig idool Bécaud komt aan de beurt met ' Le jour où la pluie viendra ... . Ik blijf verder zingen, maar in de voorstad is de oude weg op vele plaatsen kapot gereden. Ik moet gaan opletten , me fel concentreren, want dicht bij Rome is het verkeer drukker dan eender waar ter wereld. Immers uit alle windstreken, van alle wegen, uit de randgemeenten en uit de verste steden van in finibus terrae, komen nu samen auto's, vrachtwagens, stootkarren, bussen, helikopters, driewielers, scooters, skateborders, vuilniskarren, politiewagens, mountainbikers, kinderkoetsen, in de richten van dat éénzelfde punt. Daar zal ongetwijfeld het centrum van het universum zich bevinden. Nog een beetje bergop, enkele verkeerslichten, wat getoeter en wat geremd, tot er plots boven de huizen een grote koepel zichtbaar wordt. Het is als een enorme zilveren luchtballon die wil opstijgen maar nog wordt vastgehouden door vele aardse kettingen en draden. Wel, wel, wel, ... is dat het dak van het Vatikaan ? Ultimo chilometro. De rode vod. La flamme rouge. De bel voor de laatste ronde van de zesdaagse. De energie die nog in de steendood gewaande renner steekt wordt nu bij me wakker. Dynamiet komt in mijn benen. De laatste boogscheuten lopen over kasseien en daar ben ik als flandrien toch zo dol op. Maar ik ben te zenuwachtig en daarom vertraag ik om in een zijstraatje illegaal mijn kleine behoefte te doen, want weldra op de gewijde gronden van het grote Sint Pietersplein zal dat niet meer mogelijk zijn. Ik hoop dat door het gefoefel van de Italianen mijn plasje niet positief zal zijn zoals dat van de allergrootste in de Giro van 1969. De maffia heeft aan de carabinieri lires gegeven waardoor op 750m van de lijn de koplopers nog een verkeerde weg inslaan, en nu gaat de sprint der sprinten losbarsten . Ik trek aan de broek van Cipollini. Steels gooit met zijn bidon naar Moncassin. Blijlevens, Binda,Petacchi, Abdushaparov en Van Linden vallen. In het wiel van Kubler en Di Paco zit ik goed. Zij rijden als zotten allemaal rechtdoor. Zij hollen als jonge stieren in de richting van de goddeloze arena, waar elf hongerige leeuwen op hen wachten op het Brood en Spelen van die dag waar het bloed van dieren en martelaren voor de pret van het volk en haar wellustige leiders moet zorgen. Met een wrong naar links aan mijn stuur heb ik me uit het kluwen van die duivelse stormloop naar de meet bevrijd, en vond ik de juiste weg, het allerlaatste stukje van de weg tot aan de fontein, de obelisk, op het Sint Pietersplein. Volk. Volk. Volk. Ik heb gewonnen. Ik ben de ware kampioen. Voor mij de kussen van de mooie vrouwen op het podium en voor mij het textiel in alle kleuren die de winnaars mogen omgorden en voor mij een lauwerkrans rond mijn kop. Roma sporca, het vuile Rome. Toen Goethe, een ongelooflijk begaafd man, met een romantische en universele geest, Rome bezocht, werd het huisvuil er gewoon door de vensters op straat gegooid. Openbare toiletten waren er niet. Iedereen voldeed zijn behoefte waar hij wilde. Een reactie toevoegen |
?
De laatste artikelen van Wilfried Journée : Le combat des reines du Pingpong. Andere artikels: ItaliëCasapound : de vlaamse connectie (Anti-Fascistisch Front) Sella Ronda Skimarathon (Robert Piot) Aanslag op Berlusconi in scène gezet? (Ben Willems) ReisTerugblik pelgrimstocht Go Santiago (Betoverend veelzijdig) Stel dat tijdreizen mogelijk was… (Herman Boel) Het fantastisch Chinees avontuur van Gella Vandecaveye (Tombo) |