Word redacteur
|
Online bekijken : http://blog.seniorennet.be/wilfried... RUSTDAG TE LAUSANNE . Vandaag wordt het maar een kort ritje. Van boven in de heuvels laat ik me downhill naar beneden rollen in de richting van Centre- ville Ouchy. Ik daal niet langs de drukke hoofdweg, maar zigzaggend door de randgemeenten ben ik er weldra. Ik heb vandaag niet eens mijn fietsschoenen aangetrokken. Stop aan de kathedraal van Lausanne, waar ik me begeef naar een van de vele publieke toiletten die deze propere stad telt. Ik was mijn handen niet in de onschuld maar in de wasbak, en breng mijn kledij wat in orde. Wanneer ik terug in de zon kom, word ik aangeklampt door een oudere dame en ik krijg terstond de gedachte ‘ Wat verlangt die van iemand die uit het herentoilet komt ? ‘. Zij is gekleed in een tweedelig beige ensemble, draagt een dure handtas, een hoed, en haar vingers zijn vol ringen. Zij trekt me tot bij twee andere dames die wat verder staan. Ik begrijp nu dat zij de stadsgids is die op dit uur wil starten met een rondleiding. Ik volg de kleine groep en luister naar haar uitleg. Fijn. Divers. Keurig. Goed. We verkennen een uitzonderlijk monument van duizend jaren oud dat vele malen werd herbouwd tijdens de loop der eeuwen. De bouwwerken en de verbouwingen vielen dikwijls stil door geldgebrek. De kathedraal werd oorspronkelijk gevestigd op een rots, een sokkel van maar 100m breed en daar zo een gebouw op vastleggen was enorm moeilijk. Boven op de toren is er een fantastisch panorama te zien. De kathedraal van Lausanne is in deze tijd een hoofdkerk van de protestanten. Zij is echter het belangrijke symbool van de hedendaagse godsdienstvrede in Europa en van het oecumenisch denken. In het jaar 1924 kwamen hier 500 vooraanstaanden van verschillende godsdiensten samen om te praten en te bidden. Madame de vrijwillige stadgids toont ons wat gotiek is en vooral de glasramen, recent werk van artiesten uit verschillende streken van Zwitserland. Een groter rozetraam springt in het oog. Het is geweldig, mysterieus en veel ouder dan het andere glas. Ik ontmoet er het liggend beeld van de huurling. Hij was een ridder die het leven van de Engelse koningszoon had gered. Als beloning kreeg hij een fortuin, en de goede huurling gebruikte al dat geld om deze kathedraal verder te bouwen. In een protestantse kerk zijn de stoelen geplaatst in een cirkel rond de preekstoel. Maar in Notre Dame van Lausanne is dat niet zo, want de stoelen staan er op rijen zoals in een kerk van de rooms-katholieken. Vooraan staat er een meubel waarachter zowel een priester, een rabbijn, een pope, een dominee als een predikant kan plaatsnemen om gelovigen van zijn godsdienst toe te spreken of om een godsdienstige oefening te leiden. In deze oecumenische kathedraal is dat mogelijk. Een katholiek nonnetje zorgt in deze reusachtige kerk voor onderhoud, bloemen en kaarsen, alsook voor de papiertjes die met fijne naaldjes op een prikbord worden gespijkerd. Gelovigen die iets willen vragen of die hun dank betuigen, schrijven iets op deze papiertjes, en alle gebeden en gezangen die in deze kathedraal plaatsvinden brengen deze intenties tot waar zij moeten komen, namelijk in de hemel bij de Goede God. Een levensgroot beeld van Sint Jacob de Meerdere is aanwezig links van de ingang. Ik blijf de gids volgen en ergens toont zij ons een zeer oud stuk muur dat onbewerkt wordt gehouden omdat er duidelijk schelpen op staan uit vroeg Middeleeuwse tijden. In de ruimte waar wij ons daar bevinden sliepen eens de pelgrims uit de Romaanse tijd. Dit en andere kenmerken tonen dat de kathedraal eerst veel kleiner moet geweest zijn en dat een straat met galerijen er dwars door heen liep. Hoog in de toren is er nog iets bijzonders. Er woont daar sedert altijd permanent een klokkenluider, een Quasimodo, die nooit meer naar beneden komt voor hij sterft. Altijd is de hoge toren van Notre Dame een fantastische uitkijkpost geweest. Het verkeer in de stad, het naderen van vijanden, de brand die woningen, bossen of velden bedreigde, werden door de wakende wachter gezien. In september 1996 werd pas het mannetje uit de toren geplaatst in een home voor ouderen waar zijn verblijf door het stadsbestuur wordt betaald. Nu woont er een nieuwe eenzaat op de toren, een architect die voor deze levenswijze koos. Het klokkenspel wordt door een computer geregeld gedurende de dag. Maar om de slaap van de inwoners niet te storen en om de traditie te bewaren is het nog altijd die levende man van vlees en bloed die ’s nachts met zijn stem het uur schreeuwt. Er is ook alleen maar een wissen mand die net zoals vroeger aan een koord hangt en geen lift noch trap. Langs de mand worden regelmatig eten, drinken, boeken, bloemen, fruit, briefwisseling, papier en potloden, naar boven getrokken. De nieuwe man in de toren van Lausanne beschikt natuurlijk ook over een computer, telefoons met draad en zonder draad, radioverbinding. Hij is geëquipeerd om het daarboven uit te houden tot ver in de éénentwintigste eeuw. Die mens is er trouwens niet alleen want een aantal katten houden hem gezelschap en deze poesjes zijn zeer nuttig om de duiven en de muizen uit de toren te houden. De klokkenluider is opgetogen met zijn situatie. Hij kan er rustig plannen tekenen, nadenken, ademen, spioneren, schilderen, of gewoon als een eremijt mediteren en bidden. De man op de toren heeft geen bult en geen Esmeralda vertroebelt zijn gedachten, zijn geweten. Dat mannetje dat bijna op de maan woont is een gehandicapte die in een rolstoel zit. We verlaten de kathedraal. Aan de uitgang waar mijn fiets is vastgehaakt bedank ik beleefd de edele dame van het stadsbestuur voor de rondleiding die langer dan een uur had geduurd. Zij weigert een fooi want zij is erg fier van deze gratis rondleiding te mogen geven. Wanneer ik haar vertel dat ik een pelgrim met een schelp ben op weg naar Rome, is zij gelukkig want vandaag werden haar woorden, haar kennis en haar enthousiasme niet verspild. Zelden bracht ik zo’n plezant uur door in een kerkelijk gebouw. In de autodrukte slalom ik ondertussen tot aan de boorden van het Meer van Genève, Le Lac Leman. De grote dichter en reiziger, de onsterfelijk Goethe noemde deze schone reusachtige waterplas DE MEESTER VAN ALLE MEREN. Hier mogen aankomen, ongeschonden en blij, in de zon aan het water op een vreedzame middag , na een route vol emoties, is werkelijk groots. Ik adem heerlijk en diep. Ouf in ben in Ouchy ! Een groot infobord achter glas laat mij vlug het plan van Lausanne in mijn hoofd steken. Ik weet hoe ik moet rijden en kom waar het Kampioenschap van Zwitserland Triathlon binnen twee dagen zal plaatsvinden. Ik zie een aantal mensen timmeren, plakken, verven, brainstormen, om alles klaar te maken voor dat sportevenement. Ik bewonder organisators zoals zij, want ik was zelf een tijd lang zo vol stress bezig, maar gaf het vlug op. 13.00 u - Ik bereik le Chemin du Muguet waar de Jeugdherberg ligt. Er is daar blijkbaar niemand. In een soort konijnenkot, achter tralies, kan ik al mijn fietstassen veilig opbergen en ook mijn fiets keten ik daar dubbel goed vast. Ik verander van kledij en weldra loop ik als een wandelaar in rode korte broek op mijn Mephisto’s terug naar de boorden van het meer. Een mooi park, een klein zandstrand met vrouwen in monokini, zeilboten, grote motorboten, drijvende zwanen, duikende eendjes, zwemmende visjes, strelen mijn ogen. Dit is de Riviera van Zwitserland. Lac Leman is een zee met rustige golven. Van de oppervlakte van dit meer zijn 348 km² Zwitsers en 234 km³ Frans. De lengte van het meer is xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" /> Op deze plaatsen wandelen mannen en vrouwen rond, van alle leeftijden, alleen, per twee of in kleine groepjes, met kinderen en met huisdieren. Soms zijn die mensen wereldberoemd of zeer rijk. Maar hier zijn het wandelaars, stille genieters van lucht, water en zon. Ook ik loop hier incognito rond, net zoals eerder Samaranch, Simenon, Kissinger, Béjart, Chaplin, Baron de Coubertin, Moboetoe, Calvijn, Goethe, hebben gedaan, om alleen maar van beroemde heren te praten want ook de allerschoonste vrouwen wandelden hier langs de boorden van het meer. Ik bereik dan roltrappen, en kom in de tuinen van het OLYMPISCH MUSEUM. Mooie fonteinen spuiten er water. Spel van licht, opborrelend schuim, water in beweging en als ik het geheel bekijk is het helemaal niet zo moeilijk om zo het water te laten vloeien, maar er moet natuurlijk veel water zijn en ook een schone helling met onderaan een beekje waar alles wegloopt wat via pompen werd omhoog gebracht. Ik rust wat uit, eet stokbrood met tonijn en met een koffie. Ik geniet van de mooie tuin, van het prachtige weer. Een kwartier later voel ik me terug sterk genoeg en ik stap de arena binnen, het grote gebouw van het Olympisch Museum, aldaar gevestigd sedert 23 juni 1993. Deze topattractie voor toeristen in Europa bezoeken kost 14,00 FS . Een magneetkaart geeft toegang tot toonzalen, ruimten, databases en videoschermen. Voor wie een brede interesse heeft voor de Sport en voor de geschiedenis van het Olympisme is dit museum een waar aards paradijs of reeds de zevende hemel, naar gelang men omhoog of omlaag kijkt. Het valt op, maar het is te begrijpen, dat de Winterspelen in Zwitserland veel belangrijker zijn dan in Vlaanderen. Wij hebben geen bergen, geen sneeuw en geen ijs, geen overdekte sporttempels om te schaatsen of ijshockey te ontwikkelen. Kunstwerken. Medailles. Souvenirs. Projecties. De uren vliegen voorbij voor de bezoeker die ik ben, één van de 210.668 betalende bezoekers van dat jaar. Teveel is teveel, wanneer dit alles zo maar plots op je af komt. Op de laagste verdieping of zou men het al een kelder noemen, is er een bibliotheek met boeken in alle talen, boeken over sport. Ik open een Chinees boek over tafeltennis en een zeer mooi boek over de wielersport dat ik me moeilijk zou durven kopen omdat het nogal duur is, zeker voor een jong gepensioneerde met een verkleind inkomen. Ik kom er de prachtige foto tegen, in sepiakleur uit 1924, tonend de campionissimo Ottavio Bottechia die zijn eigen gezicht proper spuit met een fles sodawater. Maar het uur vordert, en omdat ik eigenlijk nog niet ben ingeschreven in de jeugdherberg waar ik twee nachten wil slapen, moet ik terug te voet naar Rue du Muguet. Ik vrees ondertussen dat door die triathlon er geen plaats meer zou kunnen zijn. Maar er is nog geen probleem. Bed 3 op Kamer 5 is voor mij in die jeugdherberg die één uur later is volgeboekt met reizigers uit heel de wereld. Na een warme douche steek ik me opnieuw in andere kledij, en begeef me voor het avondeten naar de eetzaal. Ik val samen met een Duitstalige leraar die graag Frans spreekt. Hij rijdt graag op motorfietsen van het oudere type, van die ronkende tweewielers waaraan hij regelmatig kan sleutelen. Zo was eens ook mijn vader, in de fifties, met zijn Bella scooters. Hij is een dertiger die naar de jeugdherberg kwam om er het verblijf van zijn klas te regelen. Wij spreken over de pelgrimsweg naar Compostela. Hij zou graag die eens doen met zijn Puch motorfiets. Het werd een lang en goed gesprek. Omdat ik uit het buitenland kom, vindt hij dat het zijn plicht is de koffie en de koekjes te betalen. Nadien vertrek ik per fiets voor een ontspannen ritje doorheen Lausanne by Night. Niet de lichtjes van de Schelde maar wel de lichtjes van Lacus Lemannus zie ik in de heerlijke late avond. Op straat zijn nog weinig auto’s doch tientallen rollerskaters storen de voetgangers en de zeldzame fietsers. Ik moet niet meer eten en ik vind nergens een sympathieke brasserie om iets te drinken. Aan het terras van de Möwenpick stop ik dan toch,en ik besluit van me een dure ijscoupé te laten serveren. Voor zover ik het begrijp is Möwenpick een bedrijf dat enerzijds ijs verkoopt en anderzijds hotelkamers verhuurt. Mijn zatte compagnon van vorige avond zegde dat Swissair en Möwenpick gemeenschappelijke belangen vertegenwoordigen. Als stewart was het in die hotels dat hij van Swissair gratis mocht slapen in verre wereldsteden. Hij gaf zich daar uit voor lijnpiloot. Maar de drankjes en de dames in de bars van die hotels waren voor zijn pree van stewart te duur. Zo was hij verplicht van wat te smokkelen om zijn inkomsten te verhogen om de tred bij te houden van zijn kameraden piloten, niets illegaals uiteraard want hij wou zijn toffe job niet riskeren. In de Bolero van het Haspengouwse Halle-Booienhoven is het ijs beter en vooral veel goedkoper is weldra mijn conclusie. Het is warm en niemand gaat graag naar bed op deze avond. Zelfs na middernacht zitten vele jongeren nog naar televisie te kijken in de jeugdherberg. Er is ook een familie Pakistani die blijkbaar van plan is in de zetels van de speelzaal te overnachten omdat alle bedden bezet zijn. Ik schrijf een paar briefkaarten om thuis te melden dat ik Zwitserland zal verlaten. Ik heb een plastieken tas waarin ik papiertjes, folders, blaadjes, tickets, rekeningen,e.a. bewaar. Ik breng daar wat orde in door drie hoopjes te maken. Het eerste voor de vuilbak, het tweede om in een enveloppe naar huis te sturen, een derde die ik in mijn nabije toekomst in Italië nog zal nodig hebben. Waar slaap ik ? O, ja, in bed 3 op kamer 5, of is op het bed ![]() ![]() Een reactie toevoegen |
?
De laatste artikelen van Wilfried Journée : Le combat des reines du Pingpong. Andere artikels: ZwitserlandZwitsers verwerpen een strengere wapenwet en behouden hun wapens. (Don Viona) Zwitsers zijn ons weer te snel af met aanpak criminelen (Don Viona) Politieke etiketten : what’s in a name? (Eric Verhulst) |