M’n hoofd staat niet naar bloggen. Ik heb er geen zin in. Ik haat bloggen. Ik zou veel liever nuttiger dingen doen. Zoals met m’n lief meegaan. Of werken in de tuin. Of nee, werken in huis. Werken tout court. Boodschappen: moet ook gedaan worden. Of een verluchtingspijp herstellen. Doe ik dat? Nee. Ik doe het niet omdat ik karakter heb. Ik heb het karakter om niet bij m’n lief te zijn (sorry zoetje) en niet te werken of naar de winkel te snellen maar in plaats daarvan te bloggen zodat jullie een tekst kunnen lezen. De zoveelste die nergens naar lijkt.
Normaal blog ik graag maar vandaag niet en dat komt omdat de buurman veel lawaai maakt. Hij klopt. Hij slaat. Hij bouwt. M’n buurman is een jonge papa. Jonge papa’s zijn überkuttekoppen. Zeg dat GDB het gezegd heeft. Het is toch waar! Huisje, tuintje, kindje: iets anders steekt niet in hun dwaze hoofden. En dan tegen de kleine maar ratelen: pipi poepoe papa. Met hun onnozeliteiten!
Nee, ik heb heel erg veel moeite met lawaai. Het probleem is: ik heb altijd veel lawaai in m’n leven gekend. Ik ben groot gebracht in de Gentsestraat, de straat die Gent met Kortrijk verbindt. Altijd reden auto’s, vrachtwagens en allerlei gemotoriseerd krapuul langs. Daarna verhuisden we naar de Berkenlaan. Daar spookte het. Boe boe ging het de hele nacht door. Lach niet, ons huis was gebouwd op een begraafplaats van oude Belgen. Scary as hell. Nadat ik een kankertje had overwonnen, verhuisde ik naar Berchem (dag mama, dag papa). Eerst woonde ik langs de singel, nu woon ik in een straat tussen trein en tram met luidruchtige buren. Bottom line is: nooit ervaar ik stilte. Nooit.
Ik droom van een hutje aan de oever van een Fins meer. Ver weg van de bewoonde wereld en koel, koel dat het er is! Lief en ik dartelen in een sobere setting. Ik denk daarbij concreet aan een houten tafel, houten stoelen, een houten bed en onze Hyundai Matrix om boodschappen te doen. Laten we even aannemen dat er niet teveel midgets rondvliegen. En laat ons even aannemen dat het water naast schoon ook gezond is en bij voorbeeld niet radioactief. De hut is omringd door bos. Bos. Bos. Bos. Groen zover het oog reikt. En het is er stil. Het is er zo stil dat ik m’n eigen ademhaling hoor. Terwijl ik altijd heel stil adem.
Weten jullie... ik zou niet eens internet missen. Ook en vooral dit weblog niet. Ik zou Facebook niet missen en Twitter zeker niet. Ik zou m’n familie niet missen. Ik zou de fiets niet missen, de collega’s niet, het werk niet, m’n huis niet. Ik zou niets of niemand missen. M’n lief, de natuur en de stilte: dat is alles wat ik nodig heb.
Na een tijdje hout hakken en vrijen en zwemmen en gezond bezig zijn zou ik de gelukkigste mens ter wereld zijn. Ik zou elke dag een geruit hemd aantrekken (rood, wit of blauw, wit met pluisjes, veel pluisjes), een gemakkelijke jeans en ik zou m’n lief elke dag met miljarden kusjes verrassen.
De rest zou me gestolen kunnen worden.