Word redacteur
|
Ter gelegenheid van de afsluiting op 11 oktober van het festival der ‘tien geheime tuinen’ en navolgend de wildernis, de secret vuilnisbelt en de rattenkolonies van de ‘secret gardens- verborgen stadsgroen van 500.000 euro (20 miljoen BF)’ : de ongelooflijke story van de opkomst en de ondergang van dit burlesk stadstuinenfestival zonder publiek, de jubelkreten van gewaande burgemeester Lybeer, de secret bosexploten van Bral en de gulzige klaagzangen in ‘Curtricke’ van Luc-André Vandenbogaerde, alias ‘du Moulin Doux’, (Dumodo) over de larie en apekool van de vetbetaalde charlatan Polle Geerts, over de hangende tuinborsten van Marleentje Evenepoel en over het intrigerend projekt van Martha Schwartzenegger en de anderen.
De kracht van groen in de stad ontdekken ! Polle Geerts, artistiek coördinator nam het eerste voorwoord :
Het 1ste stadstuinenfestival ‘Secret Gardens-verborgen Stadsgoen’ is een uithangbord met 10 geheime tuinen op publieke plaatsen op de Kortrijkse braakterreinen. Tijdelijke ingrepen maar sommige projekten zullen langer dan vier maanden aangehouden blijven. Het gaat om plekken die geen bestemming hebben of waar nooit een kat te bespeuren valt met name : het hellegat van Overbeke, het Boerenhol achter Claudio en Gaëlle, de wildernis van de Proosdijstraat, het braakland Spoorweglaan, de wildernis van de vetex. Opzet van het festival is aan te tonen dat dergelijke plekken belangrijk zijn voor de beleving, de armzalige veelkleurigheid van de stadskrakers en voor het maskeren van de stadswaan van de politieke bourgeoisie. Tegelijk worden de bestaande groene ruimten in een ware wildernis herschapen om de stad op gelijk welke manieren in de kijker te plaatsen.
De tien (10) secret gardens werden ontworpen door exotische tuinvedetten die er niet voor terugdeinsden exorbitante erelonen te vragen (maar voor wat hoort wat) voor hun spraakmakende tuinexperimenten zoals bijvoorbeeld de aanleg van een tarweveld met dovenetels in de schaduw van de Budatoren.
Ik beken dat ik burgemeester Lybeer en schepen Bral ervan heb kunnen overtuigen in zee te steken met de Amerikaanse toptuinartieste Martha Schwartzenegger voor ‘The Chaotic Maze’ in de tuin van Isabelle De Jaegere, in de volksmond ‘Belle de Halfschone van ’t museum’. Voor Belle de Halfschone, alleszins een belangrijke troef in haar streven naar een totaalkoncept om haar persoonlijk verval te kamoufleren, onzichtbaar gemaakt door middel van aanhoudende, niet verslappende NieuwKunst in haar Broeltuin, kruispunt van heesters, siergrassen en paardebloemen, een chaotisch labyrint waarin tijdens de openingsdrink kultureel baken schepen Bral en demi-échevine Marie-Claire door Mong aangetroffen werden in ver gevorderde staat van intermenselijke harmonie. Een toeristische attraktie.
U kan alle secret gardens gratis aandoen, evenwel gelaarsd en gespoord want het is er kil, onherbergzaam en surtout zeer zeer eenzaam. Leve Kortrijk !
Paul Geerts,
Artistiek coördinator
Voorwoordje door schepen van Leefmilieu Bral :
Beste vrienden Kortrijkenaren,
Mijn direktie Leefmilieu staat op haar kop. Ze werkte aktief mee aan dit toverachtig stadstuinenfestival vanuit haar opdracht ‘Groene chaos in Kortrijk’.
Ge ziet van hier dat onze jongens en meiskes dagelijks in de weer waren om groenzones, parken en artistieke wildernissen te creëren, kwalitatief aan te leggen en te onderhouden. Andere collega’s zoals de schepens Jean Le Brasseur Bethune (Uit de verhalenbundel ‘De Schepen Drinkt’), Woutje Maddens, Depuydt, Leleu en Cnudde zorgden ervoor dat de secret ruimten bevrijd werden van sluikstort en zwerfmatrassen.
Men weet dat stadsgroen onder druk staat voor funkties of aktiviteiten die haaks staan op het koncept waarvoor stadsgroen de duimen moet leggen voor de politieke doctrines en wereldbeschouwingen van de 21ste eeuw. Vanuit onze taakstelling rond de aanpak van vuile hoekjes en kantjes zijn we er bijvoorbeeld niet in geslaagd om orde te scheppen in het vuile hoekje van de Nieuwstraat waarvoor de onverbeterlijke ijdeltuit Mike Tattoo zo graag tuinarchitekt had gespeeld. Ach Mike, wat zou hij…een grote lantaarn met een klein lichtje. Groene invulling van het verloederde stedelijk weefsel, wat een roeping. En ze liggen er niet zo fraai bij de tien geheime tuinen. Ik herhaal : het stadstuinenfestival zoekt naar koncepten, toonschalen en een metastruktuur in de invalshoeken waarbij groen de omgeving mooier en minder betekenisloos maakt. Ik ben er finaal van overtuigd dat het secret stadsgroen in de felbegeerde toekomst de Kortrijkenaren van alledag in staat zal stellen een antwoord te vinden op al hun levensvragen. Ik reken op ieders inzet om minstens één secret hoekske aan te doen en Sylvia, Babette, Maureen en ikzelf wensen u allen fijne uren in deze vaak vermaledijde Kortrijkse groene pareltjes. Leve Kortrijk !
Genegen,
Directie Leefmilieu
Schepen Stefaan Bral
Tot slot waagde wouldbe burgemeester Lybeer zich aan een woordje waarbij Lieven een bovenmenselijke inspanning deed om zich een klein beetje verstaanbaar te maken maar tevergeefs en helaas. Na twee minuten sloegen de verveelde toehoorders aan de drank. Behalve de plichtsbewuste verslaggever Kris Sherlock Vanhee.
Toen ging Lybeer aan de slag in zijn onnavolgbare mottenballenstijl :
Voorwoord door burgemeester !
Waajde Kojtjijkenajen,
Het is weejal veel lang geleden dat ik u mocht toespjeken, vandaaj dat ik blij ben als een kind met onze mooie Secjet Gajdens. Een weejgaloos stadstuinenfestival dat vooj de eejste keej geojganiseejd wojdt op initiatief van onze diejbaje Stad Kojtjijk en in pajtnejship met het Agentschap Natuuj, Evejzwijnen en Bossen. Het is onze bedoeling ej een nieuwe biënnale van te maken.
Tien top tuinajchitekten komende van de andeje kant van de planeet cjeëjden tien nieuwe lochtings op Kojtjijkse vejgeten plekjes. Bedoeling van ‘Secjet Gajdens’ is om vooj de duuj van één zomel geheime, onbekende, miskende, mismeestejde, vejwaajloosde, ondejbenutte of vejboden publieke juimten in onze stad om te tovejen tot plaatsen van vejwondejing, bewondejing, verjjassing, vejvoejing en van just, vejpozing, fantasie,vejbeelding en als secjet afwejkjuimten vooj onze andejsgeaajde Kojtjijkenajen. Ook mijn schepentje Jean Le Bjasseuj Bethune zal ej een secjet justplaats vinden vooj zijn vejbojgen vochtige aktiviteiten. En schepen Bjal voor zijn secjet liefhebbejijen en minnejijen met Maujeen sinds Sylvia zijn amoujeus nestje op de tweede étage van ’t Vliegende Peejd op de Pottelbejg op een keej binnenviel.
Tegelijk willen wij onze jonge ontwejpejs en diezijnejs samen met diezijnmastej Majc Dubois de kans geven om nieuwe visies over stadsgjoen en ovej de condition ujbaine alsmede de sociale rekonstjuktie, de buujtevenementen, het vuujwejk, de buujtbajbecues, de openluchtkoncejten in vejband met de funktie en injichting van de publieke juimten in de bjaaktejjeinen van de stad te ontwikkelen.
Het pajcoujs van de secjet gajdens is adembenemend en biedt u de mogelijkheid om onze stad die in volle tjansfojmatie is, in alle eenzaamheid te (hej)ontdekken. Geniet dus voluit van uw zwejftocht langs het Kojtjijks vejbojgen gjoen. Niemand hoeft nu nog veel ophitsende pjaatjes te vejkopen, weg met de jot-en juziestemming in onze stad. Volgende week moet ik weej met Connie op tjanspojt. Naaj Cebu. Ik vejlang ejg naaj Cebu. Ik weet wat ik daaj jiskeej, maaj dat heb ik ejvooj ovej. Dit nieuwe evenement kadejt uitstekend in onze gjote aktie ‘Maak Kojtjijk Mee’. Leve Kojtjijk !
Met vjiendelijke gjoeten,
Lieven Lybeer
Wnd Burgemeester Kortrijk
Een geheime tuinwandeling.
‘Kreuz und Quer’ aan de Academie, door ein Berliner !
Een netwerk van ijzerdraad met verdroogde hoppescheuten en wilde winde. Een vegetaal dak dat door een coulisse-effekt de ruimte visueel vergroot. Een plek om te genieten van licht en schaduwspel van het vegetaal dak, om in alle geborgenheid weg te dromen en mekaar te omarmen, ver weg van de praatjes en onwelriekende geluiden van de zelfgenoegzame politiekers. Een volkstoeloop om elkaar te omarmen is evenwel uitgebleven. Kostprijs 50.000 euro’s.
‘Kruisingstuin’ in het Boerenhol, door beau parleurs de Paris.
De topografie van de achtertuin van Claudie en Gaëlle versterken en de parking opbreken, het aaneen timmeren van oude planken, een plantenstrook met papavers, sierdistels en varkensgras waardoor de vegetale wereld van de Zypte als het ware en door het ritme van de parkeerstroken visueel doortrekt en een gemeenschappelijke toekomst vormen : het een kan niet zonder het andere. Een ‘jardin d’hybridation’, maar geen definitieve oplossing voor Marc Lemaitre en zijn volgelingen met hun volkstuintjes op de Venning. Eerder een uitnodiging om na te denken over de ‘paternoster’ van secret gardens maar niet die van de Venning. Geen kat te bespeuren. Kostprijs 50.000 euro’s.
‘Stapstenen’ op het hellegat van Overbeke, door twee Reetenaars.
Een verlaten en vervallen site maar met veel potenties en pretenties. Koen Byttebier verwoordt het klagerig als volgt : “Ik weet wel, er wordt gegniffeld met het desolate pleintje van troosteloze leegstand en gehandikapte zwerfkatten. Spijtig genoeg verstoort de discordante inplanting van de afschuwelijke bouwblokken en hun grootschaligheid de stedelijke logika der schoonheid en is het kontakt met de Sint-Maartenskerk, deken Gesquière en zijn obscure camera als oriëntatiepunt, verloren gegaan. De centrale plantenbak met sombere en wegrottende bomen en drie armzalige speeltuigen voor illegale multikulturelen verstoort de pleinbeleving en looproute. Het is een risicovolle doorlooproute waar de zeldzame wandelaars die zich daar heen wagen, doorrennen. Als aangenaam verblijfsoord schiet het hellegat aan zijn roeping voorbij. Het woonweefsel rond dit sacrale oord van verval vervreemde tot ‘non-plaats’, pleisterplaats voor zigeunerinnen, maghrebijnse gangs en saccochedieven.” Aldus de klaagzang van een ontmoedigde Koen Byttebier, Kortrijks kritiekloze voorman in het K-projekt.
Gelukkig bevielen twee Reetenaars van een lumineus idee. Een nieuwe biotoop maken aan de hand van plastieken weefsels, pinnekesdraad van Bekaert, polipropyleen en gedroogd gras (hooi). Men moet erop komen. ‘Zwevende kussens’, ontsproten uit ‘plantenbedden’. Ze enten zich moeiteloos op de natuurlijk reflex van de Reetenaars, op dit bevreemdend braakland midden in de stad. De kruidenrijke roestige grasmatten zorgen voor de nodige fragiliteit en ontroering op een site waar het goed vertoeven zou kunnen zijn mits de lineaire opstelling van de ‘stapstenen’ op variabele hoogtes het perspektief zou kunnen versnellen. Zou kunnen…maar de foutieve looprichting van de afwezige voorbijgangers installeert in de natuur van het vervloekte pleintje nutteloze kosten die de wonden niet helen en de komplete afbraak van Overbeke in het vooruitzicht stellen. Vijf schuwe passanten, elke dag, dat moet men verdienen. Kostprijs 50.000 dukaten.
‘Appel Paysan’, parking Spoorweglaan, door twee Brusselse dikkenekken.
Een echt ‘niemandsland’, een voorschoot groot. De ‘Appel Paysan’ (boerenappel) wil op een poëtische wijze protesteren tegen dit soort stadskankers van vijfentwintig vierkante meters, verwenste plekken, paradijs voor krakers en spuiters, waar de kleine bourgeoisie zich aan stoort maar niet naar omkijkt.
Een eertijds boerenlandschap ingenomen door de stad maar ze vergeten dat ze daar in de stad een boerenbuiten nodig hebben om te kunnen ademen en naar hartelust potverteren, een landbouwrelict vervallen tot stedelijk braakland. Jaren zijn voorbijgegaan maar is het speeksel van smaak veranderd ? En de pioniersplanten hebben het plekje gekoloniseerd. De ontwerpers hadden een idee : laten we op deze poëtische site rottende strobalen neergooien, begroeid met peemgras, paardenstaarten, kleefkruid, vogelmuur en sierdistels. Als groenbewuste stadsbewoner kom je beter vroeg dan laat in kontakt met de mystieke wereld van het onkruid. Ze groeien en ze bloeien en ze rotten weg en een eenvoudige schutting schermt de ruimte een beetje af. Een graffitischurk heeft er al zijn handtekening geplaatst, een pathetische hulpkreet, een ‘appel paysan’, een boerenkreet ? Mismeesterde Kortrijkzanen lopen er achteloos voorbij. Kostprijs 50.000 knoerten.
‘De tuin van de kleine mannekes’, aan de Proosdijstraat, door Basta de Courtrai.
Deze deerniswekkende wildernis, veredeld stort van Overleie, wordt door Paul Geerts lyrisch beschreven : “een rijke diversiteit aan milieus, van open stenige ruimtes, tot halfopen grasland met bomen, bizarre wilde borders met gecultiveerde inslag, een polygoniumbosje…het is deze rijke diversiteit aan milieus en atmosferen – idyllisch, surrealistisch, banaal, dreigend, overvloedig, onlogisch, speels, - die Basta geprikkeld heeft om op deze site toe te slaan en de dukaten te doen rollen.” Aldus het op hol geslagen superbrein van deze Polle Geerts. Het is moeilijk voor een hautaine zak om rechtop te blijven staan.
Maar Basta zag er brood in. Ze wilden door het ‘betuinieren’ van deze deplorabele buurtschap en het toevoegen van een nieuwe ‘laag’, een stadstuintje creëren dat geënt was op zijn oorsprong en evolutie, maar tegelijk verrassend en vernieuwend oogt. Door ‘op te schonen’, te maaien en te wieden of simpelweg ongemoeid te laten, worden de verschillende milieus uitgedund, gezuiverd en wordt hun identiteit geëxpliciteerd. Kernwoorden : struktuur aanbrengen, afstoffen, oppoetsen, boetseren, finaliseren, implementeren. Een grote zandbak voor volwassen buurtbewoners en een piste voor jeu de boules kon niet ontbreken, aldus de mannen van Basta. Dit was natuurlijk niet genoeg om de brede Kortrijkse volksmassa’s naar ‘de tuin der kleine mannetjes’ te lokken, te verrassen en te plezieren, te betoveren en hen te laten vertoeven op deze magische plek op Overleie. Méér was nodig. Tuinkabouters ! Deze beminnelijke puntmutsdwergen, die voor de elites van de hoge Kunst tot het domein van de kitsch behoren - ze voelen zich ver verheven boven de slechte smaak van de plebejers met hun volkstuintjes, hun karrewielen en zelf gemetste grotten van Lourdes in hun voortuintjes en op de Venning – deze dadaistische kombinaties van plastieken tuinkabouters, beschilderde melkkruiken, biertonnen als brievenbus en betonnen sierzwanen beplant met bosviooltjes kunnen gekaderd worden in het tijdelijke, frivole, innovatieve en feestelijke karakter dat inherent is aan dit secret gardens festival in de tuin van de kleine mannekes aan de Proosdijstraat. Windschermen in de vorm van ‘plastieken kleine mannetjes’ met name geprefabriceerde kitsch-kabouters, exponent van de nieuwe esthetiek van al die gewone mensen uit de Proosdijstraat en daarbuiten. Tuinkabouters als afbeeldingen met bijna iconische kracht spelen naadloos in op de geest van deze godverlaten kankerplek. Kabouters die de rationaliteit en de logika van de school-site met het anarchistisch karakter van de spontane begroeiing verzoenen, terwijl de frivoliteit en speelse bedorvenheid die eigen is aan dit pseudo-idyllisch oord, heropleeft door de speelse vorm en kleur van de kabouterfiguren. Geen kabouter te bespeuren. Kostprijs 50.000 knoerten.
‘Een tarweveld voor de stad’, in de schaduw van de Budatoren, op een steenworp van Damkaai Zeven, door een Deens-Antwerps-Kortrijks landschapskollketief.
De Budatoren, een Kunstenpaleis zonder publiek, neemt een centrale plaats in het stedenbouwkundig verhaal van het ‘Kunsteneiland Buda’ een kostelijk luxe-speeltje van het arrogant, intrigerend en komplotterend Kunstenminnaarsduo Stefaan De Clerck en Mine De Jaegere. De Vlericks en de Clerckies !
De leegte van het braakliggend Buda-eiland moest opgevuld worden met een secret garden met zomertarwe, amarant, vezelhennep, quinoa, meekrap, papavers, cocaplanten, daucus, accidanthera en vergeet-men-nietjes. Deze kombinatie garandeerde snel resultaat en na de zomer een effekt van vervreemding wegens de kaalheid, de doordringende geur van ontbinding en de plantaardige mesthoop op een romantisch plekje onder de schaduw van de Budatoren.
De hoge grasheuvels beplant met wilgenstruiken en een mengsel van éénjarigen (bijvoorbeeld nicotiana alata, smyrnium en lime green) vermengd met sexloze paardebloemen en verslensde lelietjes-van-dalen gekombineerd met wandelpad met blauwe glasscherven, roestige klinknagels, kraaienpoten en vermaalde rode dakpannen, waardoor een royale wandeling mogelijk werd. Het zal allemaal een aantal jaren behouden blijven. Een eenzame topattraktie die Kortrijk op de wereldkaart zal zetten. Geen Kortrijkenaar te bespeuren. Kostprijs 50.000.
‘The Chaotic Maze’, in de tuin van Belle de Jaegere, (Belle, de Halfschone van ’t museum), door de Amerikaanse charlataneuse Martha Schwartzenegger uitgevoerd door een ons-kent-ons clique vriendje van Steffie.
Een chaotisch labyrint. Veertig plantenbakken in het zwart en in de grond. Met taxussen en heesters en grassen en prairiebloemen. Willekeurig op een lange vertikale lijn, 5 meters lang, 2 meters hoog, bepaald door het lot en door danspasjes van Pol Coussement. Hedendaagse tuinartiesten (hoe hedendaagser hoe liever) hebben de elitaire praatjes van buitenuit niet meer nodig. Ze bewegen zich nu tussen de gewone mens van alledag, de selfmade-tuinkabouterkunstenaar. Martha Schwarztzenegger, de Warhol van de tuinarchitektuur, zegt het zo : “ we moeten de gewone mens in zijn weer laten met zijn tuinkabouters, zijn karrewielen en zijn gemetste grotten van Lourdes. Vooral de ambachtelijke tuinkabouters moeten niet belachelijk gemaakt worden, maar aanvaardbaar gemaakt door ze in diezijn- en gardenprojekten binnen te laten of ze in een secret zomerkollektie te verwerken. We moeten de volkse massa’s niet foppen met romantische natuuridealen en met de illusie van de vrije liefde in de verborgen tuinen van de stad”, zegt Martha, “maar inspelen op de eigenheid van de stad Kortrijk. Een paar zilverberken neerpoten is vaak een gemakkelijkheidsoplossing, maar dat kan toch niet de bedoeling zijn omdat het in bepaalde milieu’s bon ton geworden is om met twee berken en een karrewiel in de voortuin uit te pakken. Ik heb niets tegen zilverberken, karrewielen en melkbussen, integendeel, maar ik vind het belachelijk dat we zilverberken planten bovenop een parkeergarage, een winkelgalerij of een treinstation om een natuurbeleid te faken. Wat een bedrog. Bedoeling moet toch zijn om plekken te creëren waar de kleine burgermannen zich kunnen distantiëren van de volkse kitsch en waar ze zich goed voelen bij elkaar en waar ze willen samenkomen en zich uitleven met hun barokke mariabeeldjes, hun kroonkurken, koningsprentjes, bierpotten en bierviltjes.” Aldus nog Martha Schwartzenegger in een bui van lichtzinnige loslippigheid.
Martha bevindt zich inderdaad aan de top van de avant-garde. Ze wordt de hemel in geprezen voor haar grappige ontwerpen en haar onkonventionele vormentaal maar soms overheerst postmoderne kitsch en de erotiserende kracht van haar verschijning, de oppervlakkigheid van haar uitspraken, haar goedkope zonnebril-effekten, het spektakel van haar hebzucht en het non-konformisme van haar dollarrekeningen. Feit is dat haar ‘chaotic maze’ in de Broeltuin geen deining en geen volksophoping hebben veroorzaakt. Maar duur was het wel. Kostprijs is een stadsgeheim.
‘Munttuin’ in de Vetex, door ein Berliner
De grootste ashoop van de stad. Een stukje ‘hortikultuur’ in de savanne van Kortrijk. Verwilderde ‘muntkolonies’. Hoge palen. Informele wandelpaden. Honderden soorten onkruid. Hondenkak. Verenmatrassen. Wildplassers. Gay condooms. Drugspuiters. Bromfietswrakken. Afgerukte ledematen. Kattenskeletten. Vrouwenondergoed. Urinegeur. Dooie mussen. PMD zakken. Struiken en wilde heesters als secret afwerkschuilplaatsen voor andersgeaarde mede-Kortrijkenaren. Rond een nog in werking zijnde afvalberg werd een secret uitkijkpost met nachtkijkers geïnstalleerd van waaruit liefhebbers van ‘meer wildernis in de stad’ alsmede professionele voyeurs het hele veld kunnen overschouwen en tot diep in de afwerkstruiken kunnen binnengluren. Deze uitkijkpost kan ook dienst doen als picknickplaats met of zonder frigobox of om er te genieten van een buitenhuwelijks vrijpartijtje of om er de eerste stappen te wagen in de hoge kunst van de knapenliefde onder het goedkeurend oog van Stefaan Bral.
Deze tuin der lusten, dit Hof van Eden is tegelijk een uitnodiging om deze goddeloze pleisterplaats te (her)ontdekken en een aankondiging van het nieuwe Kortrijk. Een nachtelijke volkstoeloop naar de uitkijkpost doet zich regelmatig voor en in de secret bosjes en vlierstruiken gonst het dag en nacht van de bedrijvigheid. Kostprijs onbekend maar deze verborgen stadstuin is hoe dan ook zijn prijs waard.
Zo gaat dat te Kortrijk.
Een reactie toevoegen |
?
De laatste artikelen van Walter Maes : De Kreun of de Kortrijkse stadswaan. Mike Tattoo, burgemeester van de Vlasmarkt Andere artikels: KortrijkArchitecten en aannemer Tacktoren veroordeeld tot zware vergoedingen aan Stad Kortrijk (Marc Lemaitre) Het ACW-Kortrijk pakt opnieuw uit met een eigen programma ! (Frans Lavaert) Een historisch voorstel (Frans Lavaert) TuinTuinbeheer in het stadspark... een vak apart (Artspotter) |