De verkiezingen zijn er weer en de affiches zijn allemaal veelbelovend (nu ja, sommige toch... vaak zijn het nietszeggende slogans, een zuur gezicht of net iets teveel "toothpastesmile").
Enfin, ik ging eens te rade bij mijn vrienden/kennissen om te horen wat zij u zoal te bieden hebben en waarom u op hen zou moeten stemmen.
Ik duid geen kandidaat, ik suggereer niks... de mensen die hieronder staan zijn van alle pluimage. Het zijn mensen die ik apprecieer om wie ze zijn en wie ik een kans wil geven om zichzelf te "verkopen" via deze blog.
Wie is wie?
Cedric Vloemans (Open VLD), 14e opvolger voor het Brussels parlement.

Als 27-jarige Brusselaar voelt Cedric zich nog zeer jong. Ook om die reden wil hij de jongeren vertegenwoordigen op de lijst van Open Vld in Brussel.
Cedric is geboren in Antwerpen, en heeft daar zijn jeugd doorgebracht. Na de middelbare studies kon hij naar de universiteit, en koos ervoor te studeren aan de VUB. Zoals velen hem hebben voorgedaan, en nog meer hem zullen nadoen, is hij in Brussel gebleven, aangetrokken door de charme en de openheid van de hoofdstad.
Sinds hij in Brussel is komen wonen, heeft Cedric zich onmiddellijk ingezet in het lokale gemeenschapsleven. Als student werkte hij regelmatig voor het internationaal literatuurhuis Passa Porta, maar ook in het Gemeenschapscentrum “De Pianofabriek” heeft Cedric zijn steentje bijgedragen.
Het duurde ook niet lang voor Cedric zich aansloot bij Open Vld Etterbeek en Jong VLD Brussel. Bij Open Vld Etterbeek is hij tijdens de laatste bestuursverkiezingen unaniem als bestuurslid verkozen, en ook bij Jong VLD is hij een bezige bij. Als activiteitencoördinator helpt hij de organisatie op de kaart te zetten.
Sinds november 2008 zetelt hij ook in de Raad van Bestuur van het Gemeenschapscentrum “De Maalbeek” in Etterbeek, waar hij het Willemsfonds vertegenwoordigt.
Met de verkiezingen in zicht heeft Cedric zich kandidaat gesteld voor een lijstplaats. Open Vld heeft hem, in vol vertrouwen, de 14e opvolgerplaats gegeven.
Cedric ziet in het Brusselse heel veel positieve zaken. De openheid, de meertaligheid, de multiculturaliteit,… maar toch zijn er enkele zaken die moeten veranderen.
In de eerste plaats wil Cedric werk maken van het openbaar vervoer. Er moet niet enkel meer vervoer komen, het moet ook langer blijven rijden. Om één uur ’s nachts stopt het sociale leven in Brussel als het ware. Voor de Europese, Belgische en Vlaamse hoofdstad zou er een minimum dienstverlening moeten bestaan tijdens de nacht. Niet enkel metro’s, trams en bussen dienen hiervoor ingezet te worden. Aangezien liberalisme aan onze planeet denkt, stelt Cedric voor om dat te doen met kleine, milieuvriendelijke pendelbussen.
Daarnaast is het van primordiaal belang dat het metronet wordt uitgebreid. Open Vld heeft hiervoor een ambitieus plan klaarliggen, waar Cedric zich volledig achter kan en wil scharen.
Gezien Brussel tevens de grootste studentenstad van België is (ruim 70.000 studenten!) is het nodig dat er een aparte buslijn komt, die de hogescholen en universiteiten onderling verbindt. Door deze maatregelen kunnen er nog meer jongeren aangetrokken worden naar Brussel, en kan de verkeerslast in de binnenstad worden teruggedrongen.
Een tweede zaak die moet verbeteren is nefast voor een grootstad: vuil! Brussel is geen propere stad, en dat schrikt mensen en vooral jonge gezinnen af. Daarom wil Cedric nachtelijke huisvuilophaling invoeren. Zo zal de stad niet langer een stortbeeld geven, maar een proper, aantrekkelijk geheel vormen. Dat moet gezien worden in een ruimer kader: straatvegers. Sinds het rookverbod op de werkvloer zijn rokers verplicht op straat te staan, en hun peuken vliegen steevast het trottoir op. Ook dat zorgt voor een onfris beeld in de stad.
Je kan de rokers niet de schuld geven dat ze buiten roken, maar je kan als gewest wel zorgen dat de peuken verdwijnen.
Een propere én goedbereikbare stad, daar komt het in feite op neer. Goedbereikbaar van buitenaf, maar ook van binnenin. Dit is niet alleen belangrijk om die talrijke jonge gezinnen naar Brussel te laten komen, maar tevens voor onze horeca. De Brusselse horeca is eveneens een stokpaardje van Cedric, en hij wil zich dan ook engageren om alles voor deze sector te doen.
Een laatste punt waar Cedric zich voor wenst in te zetten is het taalgebruik in Brussel. Als wereldstad spreekt het voor zich dat er vele talen gesproken worden, en voor Cedric is taal ook niet meer als een communicatiemiddel. Toch wil Cedric er alles aan doen dat het aanleren van de tweede landstaal (hetzij Frans, hetzij Nederlands) wordt aangemoedigd, in en buiten het onderwijs. Daarnaast vindt hij dat de onthaaltaal van Brussel gerust Engels mag zijn (niet de administratieve taal uiteraard).
Meertaligheid kent geen nadelen. Vooral in Brussel betekent 2- of meertaligheid werkkansen, en werk brengt geluk en voorspoed.
www.cedricvloemans.be