Word redacteur


Waarom intelligente mensen irrationele zaken geloven/doen/zeggen

woensdag 15 december 2010, door Herman Boel


translate : Français English Deutsch +

 

Online bekijken : http://sereniteit.wordpress.com/201...

 

Welke betekenis zou u aan dit lottocijfer geven?

Hoe kan zo’n intelligente mens zoiets dwaas doen?” Die vraag hebben we ons allemaal ooit wel eens gesteld toen een doorgaans bijzonder intelligente vriend of kennis een stommiteit beging.

Er zijn mensen die in horoscopen geloven. Er zijn er die er op los gokken, die geloven dat een bepaald loterijnummer transcendent is, omdat ze het in verband brengen met iets belangrijks of gekends en daarom meer kans zou maken om te winnen. Er zijn mensen die een extra stuk taart nemen maar sacharine in hun koffie doen. Ze telefoneren of roken terwijl ze aan het stuur rijden. Wanneer ze een pak geld hebben verloren, blijven ze verder gokken omdat ze al veelgeïnvesteerd hebben. Ze nemen aan dat de financiële of onroerend goed-luchtbel nooit uit elkaar zal spatten. Ze blijven op dezelfde incompetente persoon stemmen die het land op de rand van de afgrond brengt. Enzovoort.

De reden waarom ook intelligente mensen al eens een dwaasheid begaan is dat intelligentie en rationaliteit twee verschillende dingen zijn. Het onvermogen om rationeel te handelen ondanks de aanwezige intelligentie noemen we disrationaliteit.

Charles Spearman

Sinds Charles Spearman in 1904 het bestaan van een algemene intelligentiefactor voorstelde als basis van de cognitieve functie, is de definitie en het meten van intelligentie bijzonder omstreden. Bijvoorbeeld, iemand meent dat intelligentie gevormd wordt door vele verschillende cognitieve eigenschappen. Anderen willen de definitie van intelligentie uitbreiden zodat die emotionele en socialeintelligentie omvat.

Voor onze huidige argumentatie kunnen we ervan uit gaan dat de intelligentie die door IQ-testen wordt gemeten nuttig is. Het heeft geen zin om die stelling nu te betwisten. Het belangrijke idee is dat intelligentie op zich niet noodzakelijk leidt tot rationeel gedrag. Met andere woorden, je kan intelligent zijn en toch niet rationeel zijn. En je kan een rationeel denker zijn zonder over een bijzondere intelligentie te beschikken.

Maar leggen we deze experimentele ideeën even opzij en probeer eerst dit probleem even op te lossen voor u verder leest: “Toon kijkt naar Bea, maar Bea kijkt naar Karel. Toon is gehuwd, maar Karel niet. Is een gehuwde persoon naar een ongehuwde persoon aan het kijken?”. De mogelijke antwoorden zijn: “ja”, “neen” en “kan niet worden bepaald”.

Heeft u al een antwoord? Lees dan verder.

Meer dan 80 procent van de mensen beantwoordt deze vraag foutief. Indien u dacht dat het antwoord niet kon worden bepaald, dan bent u één van hen. Het juiste antwoord is immers ja, een gehuwde persoon is naar een ongehuwde persoon aan het kijken.

De meesten onder ons denken dat we eerst moeten weten of Bea gehuwd is of niet om op de vraag te kunnen antwoorden. Maar je moet allemogelijkheden bekijken. Als Bea ongehuwd is, dan is een gehuwde persoon (Toon) naar een ongehuwde (Bea) aan het kijken. Als Bea gehuwd is, dan is een gehuwde persoon (Bea) naar een ongehuwde persoon (Karel) aan het kijken. In elk van deze gevallen is het antwoord “ja”.

De meerderheid van de mensen beschikt over voldoende intelligentie om tot dit antwoord te komen. Het volstaat om logisch na te denken of alle mogelijkheden te overschouwen. Wie niet tot dit antwoord kwam, heeft niet al zijn of haar mentale mogelijkheden benut (verder meer hierover).

Dit is een van de voornaamste oorzaken van disrationaliteit. We zijn allemaal cognitieve gierigaards die teveel nadenken proberen te vermijden. Dit kan met de evolutie worden verklaard. Nadenken vereist tijd, is intensief en, soms, contraproductief. Als het op te lossen probleem bestaat uit het verijdelen van een aanval van een roofdier, dan kan je je het niet veroorloven een fractie van een seconde te verliezen door te beslissen of je in de rivier zal springen of in een boom zal klimmen. Daarom hebben we een reeks empirische (heuristische) regels en vooroordelen ontwikkeld om de hoeveelheid mentale energie te beperken die we gebruiken voor een gegeven probleem. Deze technieken leveren geschatte antwoorden die wel degelijk vaak juist zijn, maar niet altijd.

Neem dit experiment als voorbeeld: een onderzoeker biedt zijn proefpersonen een euro indien ze geblinddoekt een rood balletje kunnen halen uit een pot die voornamelijk witte balletjes bevat. De vrijwilligers kunnen kiezen tussen twee potten: een met negen witte balletjes en één rode, en een met 92 witte en 8 rode balletjes. Tussen dertig en veertig procent van de proefpersonen kiest de grootste pot, hoewel de meesten begrepen dat een winstkans van 8 procent minder gunstig is dan een kans van 10 procent. De visuele aantrekkingskracht van de diverse rode balletjes primeerde op de waarschijnlijkheidsberekening.

Wat zou u in zo’n situatie doen? Laten we een experiment doen. Denk na over het volgende probleem: “Men stelt het begin van een ziekte vast die 600 mensen kan doden indien niets wordt gedaan. Er zijn twee mogelijke behandelingen. Behandeling A zal 200 personen redden. Bij behandeling B is er één kans op drie dat de 600 mensen kunnen worden gered en twee kansen op drie dat niemand kan worden gered. Welke behandeling kiest u?”

Wel, heeft u gekozen? Dan gaan we verder.

De meeste mensen die deze oefening maken gaan voluit voor behandeling A. Het is beter dat er 200 mensen worden gered dan te riskeren dat iedereen sterft. Maar laten we het probleem eens op deze manier formuleren: “Bij behandeling A sterven 400 mensen; bij behandeling B heeft u één kans op drie dat niemand sterft en twee kansen op drie dat er 600 sterven”. Nu zal de meerderheid voor behandeling B kiezen, want ze riskeren liever iedereen te doden en de kleinere kans om iedereen te redden.

Vanuit rationeel oogpunt is het probleem dat beide situaties identiek zijn. Het enige verschil bestaat in de formulering van de vraag waarbij de ene maal wordt benadrukt dat bij behandeling A 400 mensen zeker sterven en de andere maal dat 200 mensen zeker worden gered. Dit staat bekend als het perspectief effect en er werd al veel over gepubliceerd (de kwantitatieve beschrijving hiervan won Daniel Kahneman in 2002 de Nobelprijs): de manier waarop een vraag wordt gesteld heeft een bijzonder ruime impact op het antwoord dat wordt verkregen en kan zelfs leiden tot tegenstrijdige antwoorden.

Een ander effect is de halstarrigheid. Bij een experiment laten de onderzoekers een getruceerde roulette draaien die slechts op de getallen 10 en 65 stopt. Elke keer het rad was gestopt vroegen de onderzoekers aan de proefpersoon een schatting te maken van het aantal Afrikaanse landen in de Verenigde Naties. Bij de personen waarbij het rad op 65 was gestopt was het geschatte getal hoger dan bij wie het rad op 10 was gestopt. Het getal beïnvloedde de antwoorden hoewel dit getal geheel willekeurig was en geen enkele betekenis had.


Wie de theorie van Intelligent Ontwerp aanhangt, is niet echt met rationeel denken bezig...

De lijst met empirische regels en cognitieve vooroordelen is bijzonder uitgebreid: we zoeken bewijzen die onze overtuigingen bevestigen en we verwerpen de bewijzen die het tegendeel staven, we beoordelen de situaties vanuit ons standpunt zonder die van de andere te overdenken, een markante anekdote beïnvloedt ons meer dan droge statistieken, we geloven dat we meer weten dan we in werkelijkheid weten, we geloven dat we boven het gemiddelde uitsteken, we zijn ervan overtuigd dat vooroordelen ons niet beïnvloeden zoals dat bij anderen het geval is, enz.

Er bestaat ten slotte nog een bron van disrationaliteit, wat we “gaten in mentale uitrusting” noemen. Met mentale uitrusting bedoelen we de verzameling cognitieve regels, strategieën en systemen van aangeleerde overtuigingen. Die omvat onze kennis van de waarschijnlijkheid en statistiek net als onze bereidheid om alternatieve hypotheses te overwegen wanneer we een probleem proberen op te lossen. De mentale uitrusting vormt een deel van wat men doorgaans gekristalliseerde intelligentienoemt. En toch zijn er hoog opgeleide en zeer intelligente mensen die nooit een passende mentale uitrusting verkrijgen. Een andere mogelijkheid is dat de mentale uitrusting “vervuild” is, door bijgeloof bijvoorbeeld, wat leidt tot irrationele beslissingen.

Disrationaliteit heeft voortdurend belangrijke gevolgen. Het kan de financiële beslissingen beïnvloeden die u neemt, de politieke overheid die u steunt, de politici die u verkiest en, over het algemeen, uw vermogen om het leven te hebben dat u wilt. Gokverslaafden bijvoorbeeld halen bij diverse tests op rationeel denken steevast veel lagere resultaten dan gemiddeld. Ze nemen meer impulsieve beslissingen en ze denken minder aan de gevolgen van hun acties. Ze halen doorgaans ook slechte resultaten wanneer ze worden getest op hun kennis van waarschijnlijkheid en statistiek. Zo begrijpen ze minder makkelijk dat wanneer een geldstuk de lucht ingegooid wordt, vijf keer kop niet betekent dat bij de zesde poginglet een meer waarschijnlijk resultaat is. Omwille van hun disrationaliteit zijn het niet alleen slechte spelers, maar ook spelers met problemen: het zijn personen die blijven spelen hoewel ze zichzelf of hun familie schade toebrengen.

Wanneer de resultaten van de traditionele IQ-testen van iemand worden vergeleken met die van tests die het niveau van rationaliteit meten, dan is er geen correlatie te vinden tussen beide. Bij sommige taken is er een bijna volledige dissociatie tussen rationeel en intelligent denken. Zo is het mogelijk dat u rationeler denkt dan iemand die veel intelligenter is dan u.

Keith Stanovich

De herkomst van de verschillen in rationaliteit tussen mensen wordt op eenvoudige en nuttige manier verklaard door de theorie van Keith Stanovich van de universiteit van Toronto (Canada), en de bedenker van de term disrarionaliteit (dysrationalia). Stanovich suggereert dat de geest bestaat uit drie delen. Het eerste deel is de “autonome geest” die we vooral gebruiken bij problematische cognitieve binnenwegen (vooroordelen). Stanovich noemt dit “type 1-verwerking”. Ze werkt snel en automatisch zonder bewuste controle.

Het tweede deel is de “algoritmische geest”, of ook “type 2-verwerking” genoemd. Het gaat om trager, intensiever en logisch denken dat door intelligentietests wordt gemeten.

Het derde deel is de “bedachtzame geest”. Ze beslist wanneer het goed is geweest voor de autonome geest en wanneer beroep moet worden gedaan op de algoritmische geest. De bedachtzame geest beslist in welke mate je rationeel bent. Uw algoritmische geest mag u dan wel wapenen, ze is van weinig nut indien u er nooit beroep op doet.

Wanneer en hoe de bedachtzame geest in actie treedt, hangt af men enkele persoonlijkheidskenmerken, waaronder of u dogmatisch of  flexibel bent, een open geest heeft, in staat bent om dubbelzinnigheid of nauwkeurigheid verdraagt.

Het goede nieuws is dat u rationeel denken kan leren. Een reeks onderzoeken toont aan dat om beter te kunnen kritisch en rationeel denken het volstaat om het omgekeerde van uw eerste conclusie te denken en te analyseren. Eenmaal u u deze gewoonte heeft aangemaakt, zal ze u niet alleen helpen om alternatieve hypotheses te overwegen, maar ook om valstrikken zoals cognitieve vooroordelen te vermijden.

(bron)

  • Deel:
  •  
  •  
  •  


translate : Français English Deutsch +

Een reactie toevoegen

?

De laatste artikelen van Herman Boel :


Waarom Bulgarije het enige Europese land is waar men ja en neen omdraait

De meest geheime plaatsen ter wereld

Correlatie tussen godsdienst en (geen) welvaart

 

Andere artikels:

Intelligentie

Breinen in het dierenrijk (Kris Verburgh)





Medium4You.be  Editoriaal beleid | Voorwaarden voor publicatie opstellen en gebruik van | Neem contact met ons op